Wetenschap en rekenschap - pagina 548
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J KLAPWIJK
filosoferen Desondanks heeft zijn scholastieke band met een middeleeuws verle
den en meer nog zijn neoscholastieke band met een romantischidealistisch heden
het filosoferen aan de V U lange tijd onder zware hypothecaire druk gezet.
Hetgeen nog nader zal blijken'
Woltjer en de Logos-leer
In de eerste decenniën dat de V U bestond, is het naast Kuyper vooral Woltjer
geweest die hier het filosofisch denkklimaat beheerst heeft J Woltjer (18491917)
was sedert 1881 aan de V U hoogleraar inde (klassieke) fdologie Tevoren had hij
een in het Latijn gestelde, niet onverdienstelijke dissertatie geschreven over de
materialistische filosofie van de Romeinse wijsgeer Lucretius Lucretiiphilosophia
cum fontibiis comparata (1877) Dat Woltjer zich echter ook nadien nog met de
wijsbegeerte bezighield hing met alleen met persoonlijke interesses samen, maar
ook met structurele en zakelijke inzichten Enerzijds werd de wijsbegeerte name
lijk (tezamen met de geschiedenis) in deze tijd nog traditiegetrouw gerekend tot de
faculteit der letteren, anderzijds verdedigde Woltjer de opvatting dat filosofie,
zakelijk genomen, ook inderdaad neerkwam op filologie
De filologie dient volgens Woltjer in de brede zin des woords genomen te worden
als de wetenschap van de geest, de wetenschap die, ook etymologisch, de geest of
de logos tot voorwerp heeft (VR 13) Ze dient zich daarom allereerst te richten op
taal en letteren als uiting van de logos filologie in engere zin Ze dient zich echter
tevens te werpen op de in taal overgeleverde politieke en sociale feiten als open
baring van de logos historiografie Zij dient zich tenslotte ook uit te strekken naar
de (menselijke) logos zelf als beeld en gelijkenis van de goddelijke Logos, wiens
ideeën zich in al het geschapene zouden hebben uitgedrukt, en wiens wereldplan
alle dingen m hun onderlinge relaties samenhoudt op grond waarvan ze dan ook
voor de menselijke logos kenbaar zijn filosofie (VR 19, 37)
Deze leer van de Logos ontvouwde Woltjer met een grote consistentie in zijn
rectorale oratie van 1891 „De wetenschap van de logos"{\K 146) Om deze reden
kon ZIJ ook invloed verkrijgen, zoals ik eerder aangaf, op Kuypers wetenschaps
beschouwing, zoals hij die ontwikkelde in zijn Encyclopaedic, welke in 1893/1894
verscheen Het met de Logosleer gewoonlijk verbonden ideeenrealisme zette
Woltjer vervolgens breedvoerig uiteen in de academische oratie van 1896 „Ideëel
en reëel" {NK 178235)
Woltjer was er ondertussen van overtuigd geheel te werk te gaan conform „het
Calvinistische of Gereformeerde beginsel" (VR 20) Hij zocht inderdaad zijn ver
trekpunt in de Heilige Schrift en bij Calvijn Het valt echter op, dat hij anders dan
Kuyper aansluiting zocht bij uitlatingen van Calvijn die nog sterk tegen de scho
lastieke denktraditie aanleunden Dus stond Woltjer ook opener voor positieve
bijdragen van de antieke filosofie En zelfs ten aanzien van het moderne denken
was hij veel minder antithetisch ingesteld dan Kuyper en dat wellicht mede op
542
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's