Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschap en rekenschap - pagina 426

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschap en rekenschap - pagina 426

Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980

3 minuten leestijd

J . G . KNOL

4. Jaren later

In de rede die Kuyper op het Sociale Congres van 1891 heeft gehouden, vindt men

een heenwijzen naar een samenleving, die door georganiseerde acties van chris-

tenen, meer en meer het beeld gaat vertonen van het Rijk der Gerechtigheid. In

Kuyper's opvattingen is er een sterke affiniteit met die van de socialisten. Uiter-

aard wijst Kuyper de wijsgerig-religieuze uitgangspunten van het socialisme af,

maar er is toch sprake van een zekere gelijkgerichtheid. Zijn verzet is meer gericht

tegen het liberalisme dan tegen het socialisme".

Ook bij Kuyper is er een duidelijke tegenstelling en tegenstrijdigheid tussen

kapitalisten en arbeiders. Want wanneer hij bij de rijken in de samenleving de

zonde van de geldzucht signaleert, plaatst hij deze „oerzonde" in een maatschap-

pelijk kader.

Hij ziet deze geldzucht niet anders eindigen „dan met een wegzuiging van alle

verrekenbare waarde naar de kant van de grootere en kleinere kapitalisten, om

voor de breede onderlagen van de maatschappij slechts zoveel over te laten als

strict nodig bleek, om deze instrumenten der kapitaalvoeding (want als zoodanig

golden in dit systeem de arbeiders) in stand te houden".

Deze uitspraak van de oprichter van de Vrije Universiteit zou in radicaal-kritische

kringen niet misstaan. Want wat houdt dit citaat anders in dan een klassentegen-

stelling, een uitbuiting, een meerwaarde en een accumulatie ten bate van de

kapitalisten?

Maar Kuyper is geen marxist.

Als Marx over uitbuiting spreekt dan legt hij een principiële verbinding met een

systeem waarin er sprake is van loonarbeid. De arbeider verkoopt aan de kapitalist

een deel van zich zelf namelijk zijn arbeidskracht. Deze kracht levert meer aan

waarde op dan de arbeider voor zijn arbeidskracht van de kapitalist krijgt.

In de uitbuiting manifesteren zich de bestaande produktieverhoudingen en de

uitbuiting is een noodzakelijk verschijnsel van het kapitalisme.

Kuyper ziet achter de uitbuiting de zondeval die de maatschappelijke structuur

aantast.

De mens heeft zich van zijn Schepper en daarin van zijn naaste afgewend. Door de

zondeval wordt de „naaste-verhouding" misvormd tot de verhouding kapita-

list-arbeider.

In Kuyper's maatschappijopvatting is de uitbuiting een symptoom van de heer-

sende sociale nood. In deze nood wordt de ,,vrucht" van de „boze" geest van de

franse revolutie openbaar.

De geest van de franse revolutie werkt in op het organisme van de samenleving.

Onder invloed van revolutionaire beginselen ontspoort de samenleving en blijft er

„in haar atomisch knutselwerk niets over dan het eenzelvig en voor zijn zelfstan-

digheid opkomend individu"'^

Kuyper heeft terecht gezien dat, indien men in de economische wetenschap van de

arbeider niets anders kan maken dan een produktiemiddel die met de machines

420.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's

Wetenschap en rekenschap - pagina 426

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's