Gesprekken over honderd jaar Vrije Universiteit - pagina 131
ook hoog oplaaien. Dat is de wet die straks alle regelingen
ten behoeve van het universitair onderwijs zal samenbren-
gen en ook de W.U.B, zal vervangen. Dat minister Pais op
bepaalde punten het experiment mislukt acht, is juist.
Maar door daarop een te zwaar accent te leggen, vergeet
men dat diezelfde minister Pais van mening is dat het
verschijnsel inspraak niet mag worden teruggedraaid.
Daarom geloof ik dat met behoud van goede elementen uit
de wet van vandaag —de medezeggenschap van perso-
neel en studenten en wetenschappelijke staf, en niet te
vergeten vanuit de maatschappij — behouden moet blij-
ven; en dat kan ook, indien alle geledingen bereid zijn in
het bestuursproces deskundige inzet te leveren, wanneer
ieder bereid is zich loyaal en collegiaal op te stellen, met
Paulinische bescheidenheid zich solidair toont en ondoel-
matig noemt wat ook ondoelmatig is."
Hoe heeft u doelstelling en grondslag van de Vrije
Universiteit in de universiteitsraad ervaren?
„In mijn tijd als raadsvoorzitter speelde de vraag naar de
betrokkenheid van raadsleden bij de doelstelling van de
V.U. een grote rol: moeten ze instemmen? Of mogen we
met minder genoegen nemen?
De discussies die daarover in 1972 zijn gevoerd vullen een
dik dossier. Daaruit licht ik één niet onbelangrijk element:
omdat studenten de ondertekening van de V.U.-doelstel-
ling soms ervoeren als het afleggen van een belijdenis, is
gezocht naar een andere weg. En die is gevonden door met
elkaar — en ik beschouw dat als een zeer positieve zaak —
af te spreken dat,,voldoende" is indien raadsleden zouden
verklaren — hetzij op basis van instemming met, hetzij op
basis van kennis van die doelstelling — maar dan toch
verklaren dat zij naar hun vermogen in de geest van die
doelstelling te werk zullen gaan. Deze afspraak is toen
reeds door alle partijen aanvaard, juist omdat er een
positieve geest uit sprak. Eerst diverse jaren later is deze
zogenaamde bereidverklaring echt een punt van discussie
geworden, namelijk in het kader van de discussies over de
verenigbaarheid van het ondertekenen van deze verklaring
én het lidmaatschap van de Communistische Partij Neder-
land.
Die discussie, in 1976 gevoerd in een bestuursorgaan als de
universiteitsraad, kon niet anders dan een formeel karak-
ter dragen. En dat was voor velen onverteerbaar. Want het
127
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 332 Pagina's