Wetenschap en rekenschap - pagina 332
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
G J DE VRIES
HUMANISME EN CLASSICISME
In 1880 leefden nog heel wat classici in het etgroen van het „tweede humanisme"
(opgekomen in het begin van de negentiende eeuw, „tweede" in onderscheid van
het eerste uit de vijftiende eeuw, dat nauw verbonden geweest is met de renais-
sance maar er met mee samenvalt en ze lang overleefd heeft) Dit tweede huma-
nisme zocht zijn normen in Griekenland en Rome, soms trachtte het een vrij
naïeve synthese met christelijke gedachten tot stand te brengen Het ligt voor de
hand dat onze classici hier niet van hebben willen weten Die afwijzing heeft hen
mede behoed voor een ander euvel Het tweede humanisme is m sterke mate
classicistisch geweest Men zocht exempels, en de ware exempels, zowel wat
taalgebruik als wat literatuur betreft, werden gezocht in betrekkelijk korte „klas-
sieke" perioden van bloei (480-330 voor Griekenland, de eerste eeuw voor en de
eerste na Chr voor Rome), wat daarvoor viel werd alleen als voorbereiding
beschouwd en gewaardeerd, wat erna kwam was „verval" en kreeg weinig aan-
dacht Woltjer Sr heeft al heel vroeg een beschouwing voorgestaan die meer recht
deed aan de historische ontwikkeling
Die nieuwe beschouwing bracht onvermijdelijk een zekere relativering met zich
mee: het „klassieke" bleef niet meer m eenzame hoogte schitteren Als reactie weer
daarop is omstreeks 1925 het „derde humanisme" opgekomen Feitelijk is dit een
repnstinatie van het tweede met een poging om het ahistonsme daarvan te ver-
mijden In Duitsland heeft^het veel opzien gebaard en betrekkelijk grote invloed
uitgeoefend (door het emigreren van duitse geleerden later ook enigszins in de
Verenigde Staten van Amerika) In Frankrijk (afgezien van enkele „existentialis-
tische" uitingen) en Engeland heeft het geen rol van betekenis gespeeld in Ne-
derland eigenlijk ook niet Onze universiteit heeft zijn idealen en theorieën expli-
ciet afgewezen
Het classicisme van het tweede humanisme heeft een erfenis nagelaten (die ook
nog in de derde te bespeuren valt) relatieve geringschatting van het Latijn
Eeuwenlang had men in de allereerste plaats aandacht aan het Latijn geschonken,
dat werd na 1800 anders, ten gevolge van een uit de romantiek stammende (en
zelfs in onze tijd nog niet geheel verdwenen) opvatting van originaliteit en creati-
viteit Men hield het er voor dat de Romeinen die immers, heette het, alles van de
Grieken hadden overgenomen op z'n best een tweede plaats mochten innemen
Alweer, dit geluid hoorde men vooral m Duitsland In Frankrijk en Engeland
heeft het met geklonken, laat staan m Italië In Nederland meer dan men, gezien
onze sterke latijnse traditie, had kunnen verwachten Het spreekt eigenlijk van zelf
dat de grote latinist J Woltjer vrij gebleven is van het vooroordeel, in onze
universiteit is er ook later niets van te bespeuren.
326
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's