Wetenschap en rekenschap - pagina 223
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
F A C U L T E I T DER G E N E E S K U N D E
zoek, waarbij uiteraard onderling verband tussen beide richtingen aanwezig is.
In de beginjaren van de afdeling is experimenteel onderzoek gedaan over tumoren
in de neus van de rat.
Om tumoren effectief te kunnen bestrijden wordt de mogelijkheid onderzocht om
cytostatica in de slagaders dichtbij de tumor in te spuiten. Voorts wordt onderzocht
de werkzaamheid van cytostatica in een diermodel, in het bijzonder getransplan-
teerd humaan plaveiselcelcarcinoom uit het hoofd-hals-gebied in zogenaamde
„naakte", thymusloze muizen.
Achtergrond van dit onderzoek is dat de resultaten van chirurgie en radio-therapie
een plateau bereikt lijken te hebben, waarbij verdere vooruitgang vanuit de che-
motherapie te verwachten is.
Het onderzoek naar premaligne slijmvliesveranderingen en carcinomen in de
omgeving van de larynx betreft enerzijds een retrospectieve klinisch-pathologische
analyse van ca. 100 patiënten, anderzijds een, in samenwerking met de vakgroep
experimentele pathologie opgezet kwantitatief morfologisch onderzoek.
3. Experimentele trommelvliesplastiek.
Bij dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van kunststofmaterialen als vervanging
van het trommelvlies. De histologische aspecten worden in samenwerking met het
histologisch laboratorium bestudeerd.
Kindergeneeskunde
Aan de afdeling kindergeneeskunde zijn thans de volgende deelspecialisten
werkzaam: een kindercardioloog, een pathofysioloog van de pasgeborene (neo-
natoloog), een kinderuroloog, een neuropediater. Daarbij hebben zich gevoegd
een kinderhematoloog en een kinder-gastro-enteroloog.
Op een enkel onderdeel, nl. de pathofysiologie van de pasgeborene wordt hier
nader ingegaan. Gedurende de laatste eeuw is de kindersterfte in Nederland in
toenemende mate geconcentreerd op de periode kort na de geboorte, terwijl ook
een aanzienlijk deel van de verkregen hersenbeschadigingen in deze periode
plaats heeft. In de afgelopen 10 jaar heeft de neonatologie zich snel kunnen
ontwikkelen vooral door de opkomst van nieuwe beademingstechnieken, verbe-
terde intraveneuze voeding en electronische bewaking, maar ook door de her-
nieuwde aandacht voor de moeder-kind relatie.
Bij de toenemende technische mogelijkheden drong zich de vraag naar de zin van
het in leven houden van steeds kleinere vroeggeborenen op. Onderzoek naar de
verdere ontwikkeling van zeer kleine pasgeborenen had in de jaren vijftig rond-
uit ontstellende resultaten opgeleverd. Evaluatie was daarom noodzakelijk. Ook
kwam de vraag aan de orde of wellicht de opkomst van de neonatologie perspec-
tiefbood bij het voorkómen van ernstige handicaps (naar schatting ontstaat 20 %
hiervan perinataal). Onderzoek vindt thans plaats op 3 deelgebieden, t.w. de
longfunctie van de normale en de zieke pasgeborene; de gevaren van fototherapie
(behandeling van geelzucht door sterke daglicht lampen); de effecten van de
toenemende intensieve zorg en de modernisering van het vervoer van pasgebore-
219
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's