Wetenschap en rekenschap - pagina 214
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H. L LANGEVOORT
sche macht en medische consumptie leidt niet tot een evenredige verbetering van
de gezondheidstoestand van de bevolking. Het toenemen van de medische macht
gaat gepaard met een afnemend vertrouwen in die macht.
Meer dan ooit vraagt dit om het opstellen van een medische ethiek. Voor de
vakfilosoof is deze crisis een teken van de tegenstelling tussen de empirische mens
en diens wetenschappelijk model. Het lijkt erop dat de empirische wetenschappen,
waaronder de geneeskunde, ernaar streven de ervaringswerkelijkheid te breken
door haar, met mens en al, aan zijn modellen te onderwerpen.
Anderzijds: de wetenschappen hebben geen autonome oorsprong naast de erva-
ringswerkelijkheid, maar zij wortelen in de ervaringswerkelijkheid, die hun con-
ditio sine qua non is.
Daarom richt de vakfilosoof zich op de ervaringswerkelijkheid. Onderzoek in het
kader van de ervaringswerkelijkheid van verschillende groepen van patiënten
bracht aan het licht, dat menselijk welzijn niet eenduidig gebonden is aan de
toestand waarin het menselijk organisme verkeert. De resultaten van dit pas
begonnen onderzoek openen perspectief op een geneeskunde, die tot het wonder
van het menszijn terugkeert, een geneeskunde, die de mens sterk maakt als de
bedreigingen hem treffen.
Het is daarom van belang, dat de geneeskunde zich niet langer laat leiden door het
model-denken, maar dat denken wil onderwerpen aan een kennen, dat opnieuw
oog en oor heeft voor de specificiteit van de mens en zijn wereld: een kennen dat
drager is van een belofte, een kennen, ingebed in een heilsgeschiedenis die God,
Mens en Wereld omvat.
Medische fysica
In de vakgroep medische fysica wordt met behulp van natuurkundige methoden
een bijdrage gegeven aan medisch onderzoek. Ieder mens, ook een patiënt, zendt
allerlei soorten signalen uit, die, vooral wanneer het om voor oog en oor onzicht-
bare signalen gaat, veelal met behulp van fysische methoden kunnen worden
geregistreerd en geanalyseerd. Het onderzoek van de groep staat in het algemeen
ten dienste van diagnostiek en therapie van de zieke mens. Een eerste belangrijk
thema van onderzoek richt zich op het functioneren van het hart. Als er sprake is
van hartstilstand betekent dit dat de coördinatie in het samentrekken van de
spiervezels van het hart verstoord is. De vezels gaan ongecoördineerd samentrek-
ken, waardoor het hart als bloedpomp stopt. Men noemt dit verschijnsel „fibril-
leren." Soms kan men, als men er vlug genoeg bij is, met behulp van een stroom-
stoot uit een zogenaamde defibrillator het hart weer naar een toestand van „nor-
maal kloppen" brengen. In samenwerking met enige ziekenhuizen wordt onder-
zoek verricht naar de optimale pulsvorm om het hart te defibrilleren. Dit onder-
zoek heeft zowel nationaal als internationaal grote bekendheid verworven.
Daarnaast wordt aandacht besteed aan de processen, die zich om en in de cellen
van de hartspier afspelen, waarbij vooral de rol van het calcium wordt bestudeerd.
Tevens wordt onderzoek verricht over de „bewaking" van het hart. Verstoringen
210
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's