Wetenschap en rekenschap - pagina 318
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J. R. VAN DE FLIERT
siteit. Voor de uitvoering van onderzoek van andere universiteiten kon in 1967 op
kosten van ZWO een medewerker op het Instituut voor Aardwetenschappen
worden geplaatst. Mede dank zij de WACOM en ZWO kon vervolgens in 1977 een
tweede instrument worden aangeschaft en aan de bedienende staf een analist
worden toegevoegd.
Naast nationale interuniversitaire contacten in de in 1962 opgerichte Mineralogi-
sche werkgroep, later Mineralogische Kring, van het Koninklijk Nederlands
Geologisch Mijnbouwkundig Genootschap, waren er voor de ontwikkeling van de
ertsmicroscopie en ertsmineralogie ook georganiseerde internationale contacten
van belang vanwege de noodzaak tot selectie van standaard materialen en stan-
daard meetmethoden. In dit verband was het ook dringend gewenst dat de grote
industrie (de firma's Zeiss en Leitz met name) nieuwe apparatuur voor reflectie-
meting en microhardheidmeting zou ontwikkelen. Mede door zijn vele persoon-
lijke contacten met Engelse, Amerikaanse, Russische en Duitse vakgenoten, ge-
lukte het Uytenbogaardt in 1962 de stoot te geven tot oprichting van de ,,Com-
mission on Ore Microscopy" van de International Mineralogical Association
(IMA). Onder supervisie van deze commissie werd het bovengenoemde noodza-
kelijke grondwerk verricht en werden ook binnen en buiten Europa internationale
„summer schools" georganiseerd waarin de gestandaardiseerde meetmethoden
werden gedemonstreerd en onderwezen. De kwalitatieve ertsmicroscopie was
daarmee een internationaal geaccepteerd en practisch bruikbaar onderdeel van de
optische mineralogie geworden.
In dit kader zijn uit diverse landen binnen en buiten Eruopa ook onderzoekers
voor kortere of langere tijd naar de Vrije Universiteit gekomen om zich iri de
ertsmicroscopie en/of de „microprobe" analyse (verder) te bekwamen. Dank zij
een van hen, E.A.J. Burke, die als medewerker blijvend aan het instituut voor
aardwetenschappen verbonden werd, kon in 1971 een bepaalde fase in het erts-
microscopisch onderzoek van de vakgroep min of meer worden afgesloten met de
publicatie van een geheel herziene uitgave van de tabellen voor microscopische
determinatie van ertsmineralen, die in hoofdzaak zijn werk was*.
De plaats die de ertskunde en in het bijzonder de ertsmineralogie tot dan heeft
gehad maakt dat bij de landelijke herstructurering de onderwijs- en onderzoek-
taak op ertskundig gebied aan de Vrije Universiteit wordt toegewezen. Dit vak-
gebied omvat overigens niet alleen de kennis omtrent het ontstaan en de ver-
spreiding van minerale delfstoffen in de aardkorst maar ook de economische
aspecten daarvan. Voor de vragen die met een verantwoord gebruik en beheer van
schaarse bodemschatten samenhangen en met de rol die zij spelen in de wereld-
politiek heeft Uytenbogaardt in de jaren zeventig meer en meer belangstelling
gekregen en over dit ook in verband met de doelstelling van de Vrije Universiteit
belangrijke aspect gepubliceerd en in diverse voordrachten gesproken. Per 1 ja-
nuari 1977 verliet hij de Vrije Universiteit en aanvaardde een vergelijkbare functie
aan de Technische Hogeschool te Delft in de hoop daar met name in dit opzicht
meer te kunnen betekenen.
312
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's