Wetenschap en rekenschap - pagina 68
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J VEENHOF
overdreven wijze verhief boven de school in Kampen, hoewel deze in H.Bavinck
een voortreffelijk dogmaticus bezat, terwijl zij ook in de sector van de OT-exegese
(M.Noordtzij) en in die van de practische theologie (P.Biesterveld) in die tijd beter
toegerust was dan de V.U.
Tien jaar lang — van 1892 tot 1902 — werd de sfeer in de kerken door deze strijd
vertroebeld. Pas toen men de pogingen om de opleiding samen te smelten bewust
staakte, namen de spanningen af.*^
Tussen 1890 en 1900 deed zich aan de faculteit geen mutatie in of uitbreiding van
het docentencorps voor. Zwak bleef de sector van de exegese. Kuyper schreef in
zijn „Encyclopaedie",zoals ik memoreerde, over de bibliologische groep prachtige
dingen. De onderwaardering van de exegese, die ik tevoren signaleerde, vindt men
niet meer in de Encyclopaedie. Maar toch werkte het aanvankelijke prioriteiten--
schema door. Hoewel Kuyper de vrijheid der exegese verdedigde, functioneert in
zijn gedachtengang toch de overeenstemming met de belijdenisschriften als
maatstaf waarmee de juistheid van de exegese kan worden getoetst.'^ De exegese
bleef een zorgenkind. In 1893 trachtte men Bavinck aan te trekken voor de
oudtestamentische vakken, maar deze èn vanuit het vak èn vanuit de kerkelijke
verhoudingen gezien weinig gelukkige wervingspoging bleef zonder effect.'^ Toen
A.H. de Hartog in 1895 aan de universiteit ontviel, kreeg Geesink de nieuwtesta-
mentische vakken erbij. In de exegese gaf hij met zijn psychologisch inzicht en
litterair vermogen een meesterlijke uitbeelding van bijbelse persoonlijkheden,
maar deze situatie — evenmin als die voor het Oude Testament — was uit vakwe-
tenschappelijk oogpunt uiteraard niet bevredigend.
3. DE PERIODE 1900-1920
De eeuwwisseling gaat gepaard met een reeds lang als hoogst noodzakelijk ervaren
uitbreiding van het docentencorps. Met H.H. Kuyper (1864-1945) die op 26
januari inaugureert, doet de eerste discipel van de V.U. zijn intrede in de staf der
faculteit.' Hij kreeg de opdracht onderwijs te geven in de encyclopedie, de amb-
telijke vakken, de historia revelationis en de vaderlandse kerkgeschiedenis. De
benoeming van de jonge Kuyper was geen daad van nepotisme. In zijn dissertatie
en in zijn grondige studie over de Postacta van de Dordtse synode^ had hij twee
overtuigende proeven van bekwaamheid geleverd. Zoals uit de leeropdracht blijkt
nam hij enkele vakken van zijn vader en van Rutgers over. Naderhand zou hij
verschillende onderdelen van zijn taak weer aan anderen overdragen en het
takenpakket van Rutgers geheel voor zijn rekening nemen. Overigens zou hij tot in
het begin van de jaren twintig herhaaldelijk vacatures in diverse vakken helpen
overbruggen. Intussen vormden de ecclesiologische vakken zijn eigenlijke studie-
terrein.
64
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's