Wetenschap en rekenschap - pagina 92
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J VEENHOF
gistingsproces en van de druivenoogst?* Zijn leerling en opvolger T. Baarda, zegt
hierover het volgende: „Voor mij, maar ik weet dat het voor velen opgaat, is hij
degene geweest die het isolement van de 'gereformeerde exegese' heeft doorbro-
ken. Zoals hij ook op andere terreinen het vanzelfsprekende weersprak, grenzen
verlegde en weerbarstige barrières doorbrak, zo deed hij dat ook op het gebied van
de exegese van het Nieuwe Testament. Kerk, noch dogma konden bij voorbaat de
uitkomst van het lezen van teksten bepalen. De tekst zelf, met al wat erin of
erachter steekt, moet de kans krijgen om het woord te nemen. Dat betekent dat de
tekst in zijn historische bepaaldheid, en dus ook in zijn historische beperktheid,
ernstig moet worden genomen. Dat impliceert aan de ene kant een oproep tot close
reading, aan de andere kant een appèl aan de lezer om serieus kennis te nemen van
de literatuur en de geschiedenis van de Umwelt van het Nieuwe Testament, om zo
de teksten als het ware in perspectief te zien. Dat de consequenties op deze wijze
verstrekkend konden zijn, dat beseften we steeds duidelijker. Het grote voordeel
van de aanpak die Schippers ons leerde was dat we werkelijk voluit konden ingaan
op wat nieuwtestamentici als Bultmann en Kasemann aan de orde stelden, zonder
dat we daarbij de behoefte hoefden te kweken om bij de aanvang, óf aan het eind,
de apologetiek te hulp te roepen in ons ambachtelijk bezig zijn."" Hoe Schippers
vanuit de analyses van de teksten een weg baande naar het verstaan van de
boodschap ervan blijkt uit zijn boek over de gelijkenissen.
De opvolger van J.H. Bavinck werd J. Verkuyl (geb. 1908). Evenals zijn leermees-
ter had hij een lange staat van dienst in de zending achter zich toen hij zich aan de
V.U. verbond. Reeds voor de oorlog werkte hij als studentenpredikant onder de
aziatische studenten in Nederland. In 1940 ging Verkuyl als zendeling naar Indo-
nesië. Bij de politieke omwenteling die zich aldaar na de tweede w.ereldoorlog
voltrok trad hij naar voren als een krachtig pleitbezorger van de erkenning van de
onafhankelijkheid van de nieuwe staat Indonesië. In 1949 werd hij secretaris van
de Interkerkelijke Lectuurdienst in Djakarta en docent aan de Theologische Ho-
geschool aldaar. Vanaf 1954 was hij hoogleraar aan deze Hogeschool en tevens
aan de Christelijke Universiteit in Djakarta. In 1963 keerde hij naar Nederland
terug en aanvaardde de post van algemeen secretaris van de Nederlandse Zen-
dingsraad. Kort daarna benoemde de V.U. hem tot buitengewoon hoogleraar. Van
1968 tot aan zijn emeritaat in 1978 was hij gewoon hoogleraar."
Verkuyl wist zich in bijzondere zin leerling van J.H. Bavinck en van Hendrik
Kraemer. Bavinck was zijn leermeester en voorganger. In Kraemer boeide hem de
theologia oboedientiae, de theologie der gehoorzaamheid. De innerlijke eenheid
van geloof en gehoorzaamheid, van woord en daad, van missiologie en missionaire
dadendrang, van oecumenische inzichten en oecumenische gedragingen — dat is
het waarin Verkuyl graag diens leerling wilde zijn en ook metterdaad zijn navolger
is geworden.'* In zijn academische werk en in zijn ontzagwekkende overige arbeid
in kerk en samenleving was Verkuyl gegrepen door het centrale bijbelse motief
van het koninkrijk van God dat in Christus gestalte wil aannemen in onze wereld.
88
i,nl»ö^'^*6¥.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's