Wetenschap en rekenschap - pagina 350
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
B SIERTSEMA
J WILLE EN DE SPELLINGSTRIJD
Het faculteitsvoorstel werd dus aangenomen, en zo werd in de vergadering van 5
juU 1933 het bericht van Curatoren aan Directeuren bekend „dat zij op voorstel
der Literairische (sic) Faculteit het onderwijs in de beginselen der algemeene
taalwetenschap opdroegen aan J Wille" Deze doceerde sinds 1918 (toen de
faculteit werd uitgebreid met afdelingen voor „Nieuwe Letteren" (in casu Neder-
lands) en geschiedenis naast de al bestaande opleiding klassieke talen en Semiti-
sche letteren) aan de Vrije Universiteit „Nederlandse taal- en letterkunde bene-
vens die der Oud-Germaanse Volken", en was sinds 1927 tevens bibliothecaris, in
welke hoedanigheid hij ook nog voor het beheer van het meubilair, de aanschaf
van boekenkasten e d zorgde
En zo kwam er voorlopig een einde aan het vak algemene taalwetenschap aan de
Vrije Universiteit Want wat Wille onder die naam doceerde was geen algemene,
maar meer vergelijkende taalwetenschap, waarbij het handboek van Schrijnen
over de Vergelijkende Indogermaanse Taalwetenschap^' als uitgangspunt werd
genomen en als basis voor grondige, scherpzinnige en dikwijls geestige kritiek
Ook in de Wijsbegeerte der Wetsidee — na Pos' vertrek jarenlang de enige aan de
Vrije Universiteit gedoceerde filosofie — kwam de menselijke taal als verschijnsel
niet of nauwelijks aan bod Zoals boven reeds is opgemerkt was in deze jaren de
algemene taalwetenschap nog bezig te worstelen om een eigen welomlijnde plaats
temidden der wetenschappen, dat blijkt weer opnieuw uit deze gang van zaken
aan de Vrije Universiteit Het blijkt ook uit de eerste editie van de Christelijke
Encyclopaedie, die in 1929 verscheen^'' — ten tijde dus dat Pos aan de Vrije
Universiteit het vak doceerde en ook Wille reeds elf jaar in functie was —, waarin
onder Taal een artikel verschijnt van de theoloog F W Grosheide' Een duidelijk
voorbeeld van de ontwikkeling in opvatting over het vak Algemene taalweten-
schap in de jaren 1930-1960 krijgt men als men dit artikel stelt naast dat over
hetzelfde onderwerp in de tweede editie van dezelfde Christelijke Encyclopaedie ' '
De opmerking dat Wille geen algemene taalwetenschap doceerde betekent met
dat hij zich nooit met algemeen taalwetenschappelijke kwesties bezig hield Ten
aanzien van de verhouding tussen taal en spelling bijvoorbeeld had hij zeer
geprononceerde en zeer principiële opvattingen, die hij m de grote spellingstrijd
van het begin van de dertiger jaren met verve verdedigde
Het ging om de voorgestelde spelling KoUewijn, die — dat moet allereerst wel
gezegd — meer wilde veranderen dan alleen de spelling van verzorgd beschaafd
Nederlands, Kollewijn wilde ook het alledaagse veel slordiger gesproken Neder-
lands geschreven zien, dus „d'r" i p v „haar" of „er", „goeie" en „rooie", „srijven"
en „srapen" Terecht keerde Wille zich daartegen en in het algemeen tegen de
kreet „taal is klank", die in die jaren nogal eens werd gehoord Maar het grote
geschilpunt was wel het weglaten van de buigings-«, waartegen ook Wille's leer-
344
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's