Wetenschap en rekenschap - pagina 125
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE J U R I D I S C H E F A C U L T E I T (1880-1980)
mochten op de prijs van de eerste maal zakken niet worden gemist. Zij, die hij een
avond ontving, moesten tegen half elf verdwijnen, want hij leidde een leven van
grote regelmaat.
Bepaalde mensen hebben hun gebreken aan de buitenkant. Diepenhorst was een
tikje ijdel, meed gevaar, kon indien hij het wilde uiterst bits zijn; ging liever niet
om met hen die hem niet lagen; hij had naast zijn sym- tevens zijn antipathieën.
Als hij vond dat het moest dan was hij uiterst standvastig: zelfs Kuyper volgde hij
niet door alles heen. Hij dacht er in 1926 niet over predikanten, van wier geloof en
belijdenistrouw hij overtuigd was, in de steek te laten. Toen curatoren omstreeks
1930 opening der colleges met gebed hadden voorgeschreven deed hij dit voor de
eerste keer met de merkwaardige woorden: „Krachtens besluit van curatoren ga ik
U voor in gebed". Hij was religieus en gevoelig en bij de huiselijke godsdienstoe-
fening indrukwekkend. De universiteit, die hij zoveel jaren diende, was hem
werkelijk lief. Geen hoogleraar heeft met zulk een eerbied in het publiek promo-
tieplechtigheden besloten met de oude, de naam van de drieënige God vermel-
dende formule.
3. NA DE EERSTE WERELDOORLOG
Het iets vertraagde afscheid van Fabius vroeg uiteraard voorziening. W. Zeven-
bergen (1884-1925) was na zijn rechtenstudie aan de Vrije Universiteit in 1913
gepromoveerd op de dissertatie Eenige beschouwingen op het strafrechtelijke
schuldbegrip. Hij aanvaardde zijn ordinariaat voor strafrecht en rechtsfilosofie in
1920 met een rede over Leemten in de wet, het begin van een korte, maar zeer
intensieve academische werkzaamheid. De onderwijslast was niet gering. Hij do-
ceerde romeins recht, encyclopedie, strafrecht en rechtsfilosofie. Met zijn leerlin-
gen, die hij vooral aan het begin van zijn hoogleraarschap op een privatissimum
geregeld thuis ontving, onderhield hij vrij nauw contact. Hij poogde hen op een
eigen wijze duidelijk te maken dat tussen wat men in hun kring werkelijke en
afgeleide beginselen noemde — de in die jaren talrijker wordende heilige huisjes —
verschil bestond en dat vanuit de grondslag een levendige en oorspronkelijke
beoefening van de rechtswetenschap mogelijk was. Zijn ambtgenoten in de facul-
teit gaven hem vrij spel, zelf van zekere verruiming niet afkerig. Maar toen er een
sterke beroering ontstond bij het in ruimer kring bekend worden van zijn denk-
beelden moest hij dan toch zelfde storm — er was bij de opponenten ook wel enige
afgunst in het spel — opvangen, zij het, dat in wat bedekte vorm kort voor zijn door
de hem knauwende aanvallen op zijn zuiverheid verhaaste dood. Diepenhorst ter
jaarvergadering van de vereniging in Zwolle tegen rechtlijnigheid en verstening
waarschuwde.
In hoeverre is Zevenbergen er in geslaagd aan zijn denkbeelden overtuigende
121
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's