Wetenschap en rekenschap - pagina 510
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
C. S A N D E R S / L . K. A. EISENGA
3. DE JAREN ZEVENTIG: CONSOLIDATIE EN CORRECTIE
De stormachtige groei die de subfaculteit der psychologie in de jaren zestig had
doorgemaakt, is in de jaren zeventig voorbij. De subfaculteit is volgroeid wat
betreft de hoofdgebieden van de psychologie: daarop zijn leerstoelen ingesteld en
vervuld. Wel leven er nog wensen voor verdere uitbouw van het aantal leerstoelen
voor onderdelen van die gebieden of combinaties van onderdelen van verschil-
lende hoofdgebieden, maar dat neemt niet weg dat — ook internationaal gezien —
de subfaculteit een volwaardig karakter draagt. Dat houdt tevens in dat de we-
tenschappelijke staf duidelijk vorm gekregen heeft. Was het in de jaren zestig nog
zó dat de hoogleraren en lektoren geassisteerd werden door een bescheiden aantal
jonge, pas afgestudeerde medewerkers, aan het einde van de jaren zeventig
omvat de wetenschappelijke staf naast hoogleraren en lektoren een respectabel
aantal ervaren medewerkers, dat zelfstandig werkt op deelgebieden van de psy-
chologie. Hun grote verdienste was en is dat zij een belangrijke rol spelen in het
ontsluiten en nader uitbouwen van de psychologie als vakwetenschap. Voor velen
van hen geldt dat de doelstellingen van de Vrije Universiteit het best gediend zijn
met het verrichten van wetenschappelijk verantwoord onderzoek, zodat zij zich in
hun publicaties slechts zelden uitspreken over wetenschaps-beschouwelijke vra-
gen.
Men kan de jaren zeventig typeren als de jaren van consolidatie. Niet slechts wat
de personeelsformatie betreft, maar ook qua visie op de psychologie als gedrags-
wetenschap en op de methoden waarlangs zij verder ontwikkeld dient te worden.
Consolidatie laat ruimte voor verdieping, nuancering en — waar nodig — correctie;
de essentie van het oude blijft echter behouden. Welnu, dat is het beeld dat de
wetenschapsvisie en de wetenschapsbeoefening aan de subfaculteit te zien geven.
De ontwikkelingen die plaatsvinden voltrekken zich vooral onder invloed van een
drietal externe ontwikkelingen: de „cognitive shift" in de amerikaanse psycholo-
gie, nieuwe ontwikkelingen in de wetenschapstheorie, en het studentenverzet.
Externe ontwikkelingen
De „cognitive shift"
In de eerste plaats besteden wij aandacht aan de zogenaamde „cognitive shift", die
aan het einde van de zestiger jaren in Amerika zijn beslag gekregen heeft. Deze
betekende dat de sterk dominerende natuurwetenschappelijke, mechanistische
gedragspsychologie uit de traditie Watson-HuU (Sanders e.a. 1976, p. 286 v.v.) in
dat land definitief achterhaald was. De enige vorm van behaviorisme die nog een
zekere actualiteit behield en invloed uitoefende via verschillende vormen van
toegepaste psychologie (gedragstherapie, geprogrammeerde instructie) was het
beschrijvende, radicale behaviorisme van Skinner. De hoofdstroom van de Ame-
504
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's