Wetenschap en rekenschap - pagina 574
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J KLAPWIJK
Zin heeft, maar zin is, omdat ze niet in zichzelf rust maar betrokken is op de mens,
en in en door de mens boven zichzelf uitwijst en betrokken blijkt op haar godde-
lijke Oorsprong Toch ontkent Dooyeweerd, dat deze zin-dynamiek van de wer-
kelijkheid, de leer van een scheppingsorde of van scheppingsordeningen onderuit
zou halen Of omgekeerd, dat het geloof in een creatuurlijke orde ons het zicht op
de verwijzende zin van de geschapen wereld zou ontnemen Integendeel, als deze
zin-dynamiek echt creatuurlijk is, dan hangt ze zijns inziens juist aan Gods ver-
ordening te dezen Zo blijft de onophefbare correlatie van wet en subject mens en
wereld zijn subject aan de wet van God
Hiertegenover neemt Van Peursen als wijsgerig uitgangspunt de correlatie van
subject en object, meer concreet, de intentionele betrokkenheid van de mens op de
wereld Ook de chnsten-wijsgéer kan in zijn bezinning deze positie naar zijn besef
nooit overstijgen Wel spreken wijsbegeerte en wetenschap van wetten, bijvoor-
beeld van wetten in de natuur, maar deze kunnen niet zomaar gelijkgesteld
worden met de bijbelse notie van de wet Gods voor het geschapene De eerst
bedoelde wetten worden namelijk vanuit de mens geformuleerd met alle voorlo-
pigheid van dien, ze hebben model-karakter En wat betreft de wet van God naar
bijbels bestek. Van Peursen wil deze meer persoonlijk verstaan, namelijk als de
trouw van Gods aanwezigheid in of van Zijn geschiedenis met deze wereld
Genoeg om in te zien, dat men beider standpunt met kan afdoen met stereotypen
als objectivisme versus subjectivisme of als Gneks-kosmologische denkwijze ver-
sus fenomenologisch-extentialistische denkwijze, hoewel zulke termen soms in de
discussie gevallen zijn ^'
De religieuze antithese en de presentie van God
De , kern van het geschil" ligt echter elders, namelijk in Van Peursens bezwaren
tegen de antithetische houding van de wijsbegeerte der wetsidee en dus nog meer,
naar men mag aannemen, tegen Kuypers antithese-leer ^ Toch kan men op grond
hiervan niet concluderen, dat Van Peursen terugvalt in het synthese-standpunt van
de scholastiek Immers de scholastieke twee-terreinenleer is hem vreemd Hij ziet
heel de wereld als betrokken op de duidingsmogelijkheden van de mens, van die
mens die zich voortbeweegt in het veld van de intersubjectiviteit, in existentiële
spanningen en intermenselijke communicatie En Van Peursen blijft met bij deze
toch nog abstracte relaties van subject-object en van subject-medesubject staan,
maar ziet beide relaties — zoals hij in de „deiktische" (dit is aanwijzende) ontologie
van zijn boek Feiten, waarden, gebeurtenissen (1965) onder invloed van P Theve-
naz en anderen geschilderd heeft — als opgenomen in de concrete aan-
eenschakeling van meer omvattende processen, ja van centrale en mogelijk
schokkende gebeurtenissen, die ,,de kernen, de centra van betekenis" uitmaken
van het eerder genoemde spanningsveld en een existentieel, ja ook een religieus
omvattend appel op de mens doen (FW 176) Hier is geen plaats voor een
568
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's