Wetenschap en rekenschap - pagina 453
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
SOCIOLOGIE, N E D E R L A N D EN DE VRIJE UNIVERSITEIT
Gelouterd ziet men trouwens toch telkens oude ideeën terugkomen, vaak verpakt
in een nieuwe terminologie. Zo is bij voorbeeld de gedachte dat psychische stoor-
nissen veroorzaakt worden door gestoorde chemische en biotische processen in het
lichaam lange tijd door vrijwel iedereen verlaten en de daarbij behorende thera-
pieën vervangen door de psychoanalyse, maar de hypothese is de laatste jaren
mutatis mutandis weer in opkomst.
In een latere periode kregen figuren als Emile Durkheim (1858-1917), Georg
Simmel (1858-1918), George Herbert Mead (1863-1931), Karl Mannheim
(1893-1947) en vooral Max Weber (1864-1920) grote invloed. Over sommigen
moet nog iets gezegd worden, vooral ook omdat zij nog steeds een belangrijke
invloed hebben op de moderne sociologiebeoefening. Goddijn meent dat Durk-
heim de grondlegger is geweest van de empirische sociologie. „Hij was niet alleen
een grootmeester van de dialectische methode, maar een belangrijke bron van
theorievorming. Moderne stromingen als het functionalisme (R.K. Merton), het
structureel-functionalisme (Talcott Parsons), de dieptesociologie (George Gur-
vitch), het structuralisme (Claude Lévy-Strauss) en het symbolisch interactionisme
(G.H. Mead) vinden bij Durkheim hun aanvang, terwijl na de tweede wereldoor-
log ook de maatschappij-kritische strekkingen van zijn werk onderkend werden".''
In zijn streven wat te willen hervormen aan de huidige samenleving heeft Mann-
heim grote indruk gemaakt op zijn generatie. Hij volgde de colleges van Simmel en
Weber en spiegelde zich in zijn opvattingen aan de communist Béla Kun en diens
revolutie in Mannheims geboortestad Boedapest, welke revolutie mede geleid
werd door een invloedrijke intellectuele elite: hij wilde daarom utopie en weten-
schap met elkaar verbinden; sinds zijn tijd is dan ook de verwetenschappelijking
van de samenleving snel voortgeschreden, schrijft P. Thoenes. Hij gaf felle kritiek
op de liberale samenleving en stond een ver gaande planning ervan onder leiding
van een intellectuele elite voor. Er is een revival van Mannheim aan de gang nu de
vraag zich telkens voordoet of wij met de geplande verzorgingsstaat wel op de
goede weg zijn; daarbij komen de categorieën van Mannheim zeer goed te pas.^
G.H. Mead, de grondlegger van het symbolisch interactionisme dat de sociologie
weer tot menselijke proporties terugbracht door die mens in zijn interactie met een
of enkele medemensen te observeren, of — liever — zijn symbolen (taal, gebaar,
mimiek), waarop de ander anticipeert. Hierop heeft de fenomenologische socio-
logie grote invloed gehad.' Voor deze kleinschalige observatie hebben ook de
sociaal-psychologen altijd veel belangstelling gehad.
Boven alles steekt de reus M. Weber uit. Teilegen begint zijn biografie met de
woorden: „Als de sociologie een heilige heeft, dan is het Max Weber. Het is bijna
een ongeschreven regel geworden bij alle kritiek toch met een enigszins onderda-
nig ontzag over hem te schrijven.'" En De Valk begint met de volgende woorden:
„Meer dan een halve eeuw is voorbijgegaan sedert Max Weber in 1920 stierf en
toch kan men zonder overdrijving zeggen dat hij een actueel denker is. Actueel in
de zin dat de meeste van zijn geschriften nog niets van hun betekenis verloren
hebben. Actueel echter ook in de zin dat hij een omstreden persoon is die tot
447
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's