Wetenschap en rekenschap - pagina 34
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
W J WIERINGA
verschijning van het rapport Spreiding wetenschappelijk onderwijs, dat door de
minister voor advies werd gezonden naar alle instellingen van hoger onderwijs Op
advies van de senaat werd door de colleges van directeuren en curatoren een
commissie ingesteld ter bestudering van de situatie van het christelijk weten-
schappelijk onderwijs In deze commissie werden behalve een aantal hoogleraren
ook personen van buiten de universiteit benoemd, die het noodzakelijk achtten,
dat de vraag van de verantwoordelijkheid van de christen, in het bijzonder van de
reformatorische christen, voor wetenschappelijk onderwijs en research eens in de
volle breedte aan de orde werd gesteld en dat er werd gestreefd naar een algemene
strategie voor het te voeren beleid
Daar het vermelde ministeriele rapport handelde over spreiding van het weten-
schappelijk onderwijs, heeft de commissie zich uiteraard ook bezig gehouden met
de vraag, of er naast de Vrije Universiteit elders in het land tot vestiging van enige
nieuwe (deel)instelling moest worden overgegaan In het spreidingsrapport was er
mm of meer van uitgegaan, dat het openbare wetenschappelijk onderwijs regio-
nale spreiding behoefde, maar dat de Vrije Universiteit en de R K Universiteit te
Nijmegen in een landelijke behoefte voorzagen De praktijk en de cijfers wezen
echter uit, dat ook bij de toeloop van studenten naar deze instellingen zich regio-
nale invloeden deden gelden Dit wees erop, dat de behoefte aan christelijk
onderwijs voor zover betreft het wetenschappelijk onderwijs veel minder sterk
leefde dan ten aanzien van het lager en middelbaar onderwijs Dat lag, volgens de
commissie, niet alleen aan regionaliseringsfactoren, maar ook aan een mildere
opvatting ten aanzien van het openbare wetenschappelijk onderwijs Hoewel er
verschillende nadelen te verwachten vielen van een verder laten uitgroeien van de
Vrije Universiteit — de gemeenschapsband tussen de hoogleraren zou losser, de
aantrekkingskracht voor veraf wonenden zou geringer worden en de studenten-
populatie zou massaliseringsverschijnselen gaan vertonen — was de commissie van
oordeel, dat toch niet tot spreiding moest worden overgegaan Daarbij speelde ook
de overweging een rol, dat het zeer moeilijk zou blijken voor een tweede univer-
siteit voldoende gekwalificeerde hoogleraren te vinden Zo is het derhalve bij de
ene Vrije Universiteit gebleven
De vraag was nu, in welke richting zij zich verder zou moeten ontplooien en
waarop zij zich zou moeten richten Als strategisch uitgangspunt werd gekozen
geen uitbreiding in de breedte, maar completering, verbetering en verdieping van
reeds aanwezige studierichtingen, hetgeen echter nooit ten koste zou mogen gaan
van het bijzondere karakter van de universiteit Bijzondere aandacht zou ook
moeten worden besteed aan die takken van wetenschap „voor welke een eigen
doordenking vanuit het Woord Gods urgent is, omdat b v op het desbetreffende
gebied opvattingen heersende zijn, die bijzondere problemen opleveren voor het
christelijk geloof" Hiermee werden derhalve problemen bedoeld, die met name
van betekenis waren voor de reformatorische volksgroep Zij waren eensdeels van
wetenschappelijke aard, zoals b v de inspiratie van de bijbel, de ouderdom der
aarde, de evolutie en de oecumene, anderdeels van practische aard, zoals de
30
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's