Wetenschap en rekenschap - pagina 284
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J. L E V E R / L VLIJM
Op dat ogenblik werd het noodzakelijk de processen onder sterkere controle te
doen plaatsvinden: cultures van planten werden gestart. Milieu-invloeden zijn
daarbij van evident belang (V.d. Velde). Gecultiveerd wondweefsel kan onder
invloed van plantenhormonen tot sterke celdeling en groei gebracht worden
waarbij de gekweekte cellen geen grote differentiatie vertonen. Deze celgroepen
(zgn. „callus") kunnen niet slechts in deze vorm, maar ook als celsuspensies
worden voortgekweekt en gemanipuleerd. Callus echter kan, indien daartoe
voorwaarden worden geboden, weer differentiëren in wortel of stengel, en zo een
plant vormen. In dit soort kweken kan men, veel beter dan bij intacte planten,
nagaan welke factoren van belang zijn voor groei en differentiatie, terwijl tevens
de wijze van regulatie van fysiologische processen en daarmee hun belang in het
kader van groei, energie-processen en productie van „massa", bestudeerd kan
worden, zoals dat bij microörganismen reeds langer plaats vond.
Uiteraard voerde deze ontwikkeling naar een samenwerking met microbiologen
en moleculair-genetici. In dit samenwerkingsverband zijn thans twee onderzoeks-
projecten geformuleerd: „Bioenergetica en productiviteit" met als speciale be-
langstelling: „Biologische energieconservering in relatie tot fotosynthetische pro-
cessen", en „Celdifferentiatie" — de voortzetting van de oude lijn van onderzoek.
Het ligt in de bedoeling door dit fundamentele onderzoek naar differentiatiepro-
cessen in plantencellen, gecombineerd met onderzoek naar energie-omzetting van
licht- in chemische energie, binnen de vakgroep bijdragen te geven onder meer
aan alternatieve biologische energiewinning, en productie van voedsel.
3.3.2. Organismaal zoölogisch onderzoek
Het dierkundig onderzoek had aanvankelijk vooral betrekking op de schildklier
bij hanen (b.v. Vlijm, en Spronk). Daarnaast werd ook de bijnier bij vissen
bestudeerd (Van Overbeeke). Bij het schildklier-onderzoek werd m.n. nagegaan op
welke wijze de verschillende jodiumhoudende hormonen worden aangemaakt. De
vraagstelling bracht met zich mee dat de manier waarop werd gewerkt hoe langer
hoe meer een biochemisch karakter kreeg. Dit maakte dat het voor de opleiding
van studenten in de dierkunde minder geschikt was: het bood te weinig varia-
tie-mogelijkheden en het was niet primair gericht op het begrijpen van het func-
tioneren van dieren, maar veeleer op het analyseren van cellulaire processen in één
orgaan.
Het was daarom nodig een nieuw, minder gespecialiseerd, onderzoekthema te
vinden, dat vertakkingen zou kunnen hebben in meerdere zoölogische richtingen.
Nu won in de jaren vijftig het besef veld dat bij zowel de gewervelde als de
geleedpotige dieren het proces der z.g. neurosecretie voor de centrale regulatie van
het functioneren van deze dieren van fundamentele betekenis zou kunnen zijn.
Onder neurosecretie verstaat men het verschijnsel dat bepaalde in het centrale
zenuwstelsel gelegen zenuwcellen (neuronen) stoffen afscheiden (secerneren) —
280
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's