Wetenschap en rekenschap - pagina 539
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H O N D E R D JAAR F I L O S O F I E AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
van de onherboren mens, die zich ongelovig afwendt van God en deze wereld
„normaal" acht Anderzijds is er een wetenschapsbeoefening vanuit het wederge-
boren bewustzijn van de christen, die zich gelovig richt op God en Zijn openba-
ring en op grond hiervan de wereld door de zonde geschonden, onverlost en
„abnormaal" acht Het „normalisme" en het „abnormalisme" zijn beide alles
omvattende denksystemen, „twee absolute vormen van wetenschap, die beide heel
het veld van menselijke kennis bestrijken" en die beide door geloof gevoed wor-
den Aldus Kuypers beroemde Stone-lezingen over het Calvinisme De leer van de
antithese leidt zodoende tot een wetenschapsbeschouwing die ervan uitgaat dat
aan elk wetenschappelijk stelsel een religieus parti-pris ten grondslag ligt
(HC 124 sqq)
Kuypers beschouwingen zijn echter weinig consistent „Dit betekent natuurlijk
met, dat er niet een lager terrein van wetenschap is, dat buiten deze tegenstelling
omgaat", zo zegt hij elders In zulk verband heet het dan, dat slechts op het terrein
van de,,hogere wetenschap" de wijsheid van de wereld staat tegenover de wijsheid
van God en dat er een gemeenschappelijk onderzoeksveld is op lager niveau
Kortom, de scholastieke tegenstelling tussen lager en hoger, tussen het alge-
meen-menselijke en het typisch christelijke en daarmee de macht van de traditie
dringt zich bij allerlei gelegenheden weer aan Kuyper op Dan wijkt de antithe-
se-leer voor een synthetische werkehjkheidsbeschouwing In de volgende para-
grafen zal dit nader worden aangetoond "
Scheppingsordeningen en soevereiniteit in eigen kring
Een eerste filosofische bouwsteen, door Kuyper aangedragen en door hem „een
grondbeginsel" of zelfs „het fundamentele leerstuk" van het calvinisme genoemd,
IS de door hem uitgewerkte leer van de soevereiniteit van God over al het gescha-
pene (HC 70, CO 51) Het is God die als Heer van heel zijn schepping zijn wil en
wet heeft opgelegd aan alle schepselen, ook aan de mens in allerlei levensverband
Dus rust heel de natuurlijke, ook heel de menselijke werkelijkheid, in een godde-
hjke scheppingsorde Het is deze scheppingsorde die zijns inziens als de grond, de
maat de norm of de levenswet van al het geschapene erkend moet worden,
uitdrukking als ze is van Gods soevereine wil
Ook de menselijk samenleving met al haar gezagsstructuren ziet Kuyper in Gods
„scheppingsordeningen" gefundeerd „Mij is gegeven alle macht in hemel en op
aarde", zo heeft Christus na Zijn opstanding gezegd (Math 28 18) God heeft met
andere woorden zijn soeverein gezag als Schepper en onderhouder in al zijn
volheid gelegd in de handen van de verhoogde Christus Niet uit de mens, maar uit
Hem is alle gezag Het gezag in de verbanden van kerk, staat en maatschappij ziet
Kuyper dan ook als een afgeleid gezag, uitgeoefend „bij de gratie Gods"
Deze soeverein^teitsidee en gezagsopvatting betekende voor Kuyper als zodanig
allerminst een sanctionering van macht, laat staan van machtsmisbruik Anders
533
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's