Wetenschap en rekenschap - pagina 397
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE VRIJE UNIVERSITEIT EN DE G E S C H I E D W E T E N S C H A P P E N
het reeds veel zijn. Van veel groter belang is echter nog het ontstaan van de
wetenschappelijke staf in de jaren zestig. De start is voorzichtig geweest. Om-
streeks 1970 waren de medewerkers nog niet talrijker dan de hoogleraren en
lectoren. Thans echter is hun aantal tot ongeveer dertig uitgegroeid, en wat vroeger
eenmanswerk moest blijven, kan nu worden toevertrouwd aan een gehele vak-
groep van docenten en onderzoekers. Die ontwikkeling heeft een bredere diffe-
rentiatie in de belangstelling mogelijk gemaakt. Goslinga en Van Schelven moes-
ten kiezen. Wilden zij in hun werk de identiteit van de Vrije Universiteit tot
uitdrukking brengen, dan waren zij wel verplicht hun aandacht te richten op
enkele specifieke terreinen. Nu is ruimere ontplooiing mogelijk; ze is trouwens ook
noodzakelijk geworden. Een moderne historische opleiding kent andere zwaarte-
punten, en heeft nieuwe hulpwetenschappen nodig naast de traditionele. Verberne
wees veertig jaar geleden reeds op het belang van de sociologie. De Jonge heeft
aangetoond hoe de historicus zich kan bedienen van de statistiek. Als deze en
andere vakken hun plaats krijgen in het curriculum, dienen er ook docenten te zijn
die de technische vaardigheid bezitten om deze hulpwetenschappen verantwoord
toe te passen.
Dat proces is nog in volle gang, en het wordt vertraagd door de snel groeiende
onderwijslast, gevolg van de explosieve toename van het aantal studenten. Het is
wel mede om die reden, dat de subfaculteit nog niet beschikt over een duidelijk
programma voor het historisch onderzoek. Een eerste aanzet is zichtbaar bij de
contemporaine geschiedenis. De na-oorlogse vakbeweging in West-Europa heeft
hier enkele jaren bij onderwijs en onderzoek centraal gestaan. Doch uitzonderin-
gen daargelaten, ontbreken bij de diverse vakgroepen nog de grote publicaties, die
inspiratie kunnen geven aan verder onderzoek, en de richting voor de toekomst
bepalen.
Archeologie
Maar de toekomst zullen wij straks nog onder ogen zien. Eerst keren wij terug naar
het verleden, terwille van de beide andere historische wetenschappen, die na 1945
aan de Vrije Universiteit hun intrede hebben gedaan: de archeologie en de
kunstgeschiedenis.
De historici hebben zich de kaas van het brood laten eten, schreef onlangs Pee-
ters.'^ Zij hebben toegestaan dat alle andere wetenschappen hun eigen aandeel in
de geschiedenis voor zichzelf hebben opgeëist. Zolang de onderscheiden specia-
lismen met elkaar voeling blijven houden, lijken mij de voordelen nog wel tegen
de bezwaren op te wegen. Maar de contacten zijn niet altijd even frequent. Zowel
de archeologen als de kunsthistorici zijn althans in Nederland gewoonlijk hun
eigen wegen gegaan.
Dat geldt misschien wel het meest van de archeologie, en men moet erkennen: het
maakt haar kracht uit. Ze is in Nederland een dochter geweest van de klassieke
391
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's