Wetenschap en rekenschap - pagina 573
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H O N D E R D JAAR FILOSOFIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
1920), gewoon hoogleraar te Leiden, in 1963 tevens benoemd werd tot buitenge-
woon hoogleraar aan de V U , ontving hij de leeropdracht kentheorie en weten-
schapsleer en de geschiedenis van beide De eerste jaren van zijn optreden aan
deze universiteit het hij vooral van zich horen in wijsgerige tweegesprekken met
Dooyeweerd, gesprekken van hoog niveau, door velen gevolgd
Het curieuze van Van Peursens positie is wel, dat hij zich profileert als chris-
ten-wijsgeer, reeds om deze reden blijk geeft van affiniteit met een denker als
Dooyeweerd, desondanks op aangelegen punten de wijsbegeerte der wetsidee
afwijst en dientengevolge ook in velerlei opzicht afwijzend blijkt te staan
tegenover het kuypenaanse concept van christelijke wetenschap, zoals wij dat
tevoren leerden kennen Van Peursens kritiek op de wijsbegeerte der wetsidee is m
een knappe maar toegeknepen vorm neergelegd in zijn artikel ,Enkele cntische
vragen in margine bij A New Critique oj Theoietical Thought ^*
De verschillende opvattingen tussen Dooyeweerd en Van Peursen zijn moeilijk
onder een grondnoemer te brengen Toch zijn ze met van belang ontbloot, omdat
ze, zoals gezegd, allerlei denkbeelden betreffen die sedert Kuyper richtinggevend
zijn geweest voor de wijsgerige ontwikkeling aan de V U En dan denk ik in de
eerste plaats aan Kuypers leer van Gods soevereiniteit en zijn scheppingsordi-
nantien, vervolgens ook aan zijn leer van de religieuze antithese en de gemene
gratie
Wat het eerste punt betreft, heeft Dooyweerd steeds gewezen op het christe-
lijk-religieuze grondmotief nader op het hierin vervatte scheppingsmotief als
grondslag van zijn filosofie Dit scheppingsmotief zou ons heel de wereld doen
verstaan als een scheppingsorcfe, waarin alles aan Gods soevereine wil en wet
subject (onderworpen) is, ook daar waar (in het mensenleven) Gods wetten wor-
den overtreden Om deze reden meent Dooyeweerd ten aanzien van de geschapen
kosmos te mogen uitgaan van „wetmatige standen van zaken" Met deze gestruc-
tureerde standen van zaken worden wijsbegeerte en wetenschap zijns inziens
onophoudelijk geconfronteerd
Van Peursen betwijfelt van zijn kant de kenbaarheid, ja het bestaan van zulke
structurele en feitelijke standen van zaken Er kan zijns inziens over de wereld
waarin wij leven, slechts gesproken worden in haar betrokkenheid op de mens
Naakte feiten, objectieve standen van zaken zijn er met Het is de mens die de
zogenaamde objectieve feiten vat door ze te interpreteren, die de wereld kent door
haar telkens opnieuw zin en betekenis te verlenen die niet weet van een stand,
slechts van een gang van zaken
Uiteraard is het bovenstaande niet meer dan een eerste terreinafbakening Beider
positie ligt in feite veel gecompliceerder Om te beginnen is het allerminst
Dooyeweerds bedoeling de wereld als een gesloten, zelfgenoegzame orde te be-
schouwen Integendeel, reeds eerder zagen wij, dat hij de wereld wil verstaan als
een ervaringswerkelijkheid, die betrokken is op de ervanngsmogelijkheden van de
mens Van hem is ook de monumentale stelling „de zin is het zijn van alle
creatiiurlijk zijnde" (WdWI 6), hetgeen hierop neerkomt, dat de kosmos niet meer
567
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's