Wetenschap en rekenschap - pagina 360
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
B. SIERTSEMA
Studieprogramma's valt het echter te betwijfelen of er nog ooit bij de theologie
plaats zal kunnen worden ingeruimd voor deze — toch onontbeerlijke — aanvul-
ling. Deze bezuiniging knaagt immers aan de duur en de grondigheid van elke
universitaire opleiding; soms dreigt zij zelfs te gaan knagen aan het bestaan zelve
van sommige disciplines, met name van de zogenaamde „kopstudies". Als zo'n
,,kopstudie" zou de algemene taalwetenschap dan ook in gevaar kunnen komen,
ware het niet dat dit vak in de Letteren-faculteit zo'n centrale plaats inneemt en
ook in de propedeuse van alle letterenstudenten een belangrijke selecterende
functie vervult.
VERDERE ONTWIKKELINGEN
Enige rolverdeling, waarbij de algemene taalwetenschap aan de ene universiteit
andere specialismen zal bieden dan aan de andere, zal er moeten komen; die is er
in beginsel al. Want met de steeds voortschrijdende specialisering is het onmoge-
lijk alle onderdelen aan alle universiteiten gelijkelijk te bezetten. Mathematische
en computer-linguistiek, taalpathologie, experimentele fonetiek, veldlinguistiek,
en vele andere onderdelen die niet door ieder algemeen linguist als kern-onder-
delen worden beschouwd, zullen over de universiteiten verdeeld worden. Maar
zolang interuniversitair de goede samenwerking blijft bestaan die er tot op heden
is, behoeft dat voor de algemene taalwetenschap in Nederland geen nadeel te
betekenen. Wel dreigt hierdoor voor de kleine universiteiten een studen-
ten-„drain" naar de grotere, die door hun uitgebreidere staf meer van zulke
onderdelen kunnen aanbieden.
Behalve deze enigszms vage toekomstbeelden zijn er voor de algemene taalwe-
tenschap aan de Vrije Universiteit ook nog wat meer concrete en wat meer nabije
veranderingen te vermelden. De vakgroep toegepaste taalwetenschap is inmiddels
weer van de algemene taalwetenschap losgemaakt en uit de oorspronkelijke
„subfaculteit der Algemene en Toegepaste Taalwetenschap" verdwenen, want
haar taak is geheel komen te liggen op het gebied van de tweede-taal verwerving.*'
Het hoofd, G.D. Jonker, is overleden; zijn plaats wordt voor een deel vervuld door
J.F. Matter, en het wachten is (hoelang?) op een plaats in het Academisch Statuut
en op een zogenoemde ,,kroondocent" voor de supervisie van deze vakgroep (aan
de V.U. zou deze figuur eigenlijk „verenigings-docent" moeten heten).
Naast dit verlies heeft de subfaculteit er ook een vakgroep bijgekregen, nl. de
algemene en vergelijkende literatuurwetenschap onder leidmg van mevrouw E.
Ibsch en haar wetenschappelijk medewerker mevrouw W.J. Schipper-de Leeuw.
Tezamen vormen deze twee vakgroepen nu, geheel volgens het Academisch Sta-
tuut de „Subfaculteit der Algemene Taalwetenschap en der Algemene en Verge-
lijkende Literatuurwetenschap".
354
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's