Wetenschap en rekenschap - pagina 291
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
BIOLOGIE
(CoUembolen), waarbij de populatieschommelingen van een aantal, in eenzelfde
bosgebied voorkomende, soorten werd bestudeerd (Joosse-van Damme). Sinds
1972 werd het onderzoek op het gebied van de oecologie van dieren, o.l.v. Mevr.
Joosse-van Damme, op deze laatste groep van organismen gericht. Daarbij werden
diverse deelonderzoeken aangevat, onder meer over de predatie van springstaar-
ten door loopkevers (Ernsting) en de fysiologische aanpassingen van deze groep,
met name in verband met hun grote behoefte aan vocht (Verhoef)- In het alge-
meen richt het onderzoek zich op het begrijpen van de selectie-krachten waaraan
deze groep in verleden en heden onderworpen is, en de wijze waarop hun popu-
laties zich handhaven.
Levensgemeenschapsoecologie. In dit onderdeel van de oecologie, waarbij de aan-
dacht gericht is op die processen die zich op het niveau van een groter verband
van levende organismen afspelen, werd vanaf 1972 als thema gesteld het onder-
zoek aan jonge, zich ontwikkelende gemeenschappen. De ontwikkeling van fauna
en flora op opgespoten terreinen rondom Amsterdam werd bestudeerd. Speciale
aandacht werd besteed aan de wijze waarop bepaalde structuren van planten (b.v.
polvormende grassen) van belang zijn voor de overleving van terrestrische arth-
ropoden (coUembolen, kevers en spinnen).
Ook werd, in samenwerking met de R.U. te Groningen, de immigratie van de flora
en van spinnen en kevers in een nieuw ingedijkt gebied bestudeerd, waarbij werd
nagegaan welke factoren veranderingen in het soortenbestand en in de aantallen
individuen beïnvloeden (Meijer).
Daarnaast werden eerder opgezette onderzoeksprojecten in de strandvlakte op
Schiermonnikoog gecontinueerd. Aanvankelijk werd de relatie tussen een in dit
gebied veel voorkomende collembolensoort Hypogastrura viatica met de predator,
de spin Erigone arctica, onderzocht en de beïnvloeding van deze relatie door de
milieu-omstandigheden (Van Wingerden). Thans wordt aandacht gegeven aan de
vestiging en ontwikkeling van mierenkolonies in dit gebied, waarbij de invloed van
deze kolonies zowel op de opbouw van de bodem en de vegetatie, als op andere
diersoorten wordt nagegaan.
Tevens dient vermeld te worden dat relaties werden onderhouden met het op het
Caraïbisch Marien-Biologisch Instituut op Cura9ao verrichte onderzoek naar de
groei van koralen (Bak), en naar vispopulaties (Nagelkerken).
3.4. Overig onderzoek
In het voorgaande is, vanuit de huidige situatie, een terugblik gegeven op het
onderzoek dat tot stand kwam sinds de oprichting van de subfaculteit biologie in
1950. Daarbij werd vooral de aandacht geconcentreerd op die typen van onder-
zoek die, met bijstellingen, gecontinueerd werden. Daarnaast zijn er tijdelijke
samenwerkingsverbanden van docenten en studenten geweest, welke, om diverse
287
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's