Wetenschap en rekenschap - pagina 69
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H O N D E R D JAAR T H E O L O G I E AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
Kuyper maakte veel werk van zijn colleges. Hoewel hij de betekenis van het detail
niet miskende, streefde hij er in zijn onderricht vooral naar de grote lijnen te laten
zien. Gedurende de lange periode van zijn actieve diensttijd zijn relatief weinig
zelfstandige publicaties van zijn hand verschenen. In zijn inaugurele rede noemde
hij als het doel van zijn studie het schrijven van een kerkgeschiedenis van Neder-
land in gereformeerde geest.^ Dit doel werd niet bereikt. De rectorale oraties, die
hij uitgaf, munten uit door hun grondige documentatie en fraaie stijl. Ik wil hier
met name vermelden de oratie van 1903, waarin hij inspeelde op het door Frie-
drich Delitzsch ontketende debat over de relatie van Babel en Bijbel en die van
1910, waarin hij het zedelijk karakter der Reformatie handhaafde tegenover
Rooms-Katholieke auteurs".
Kuyper volgde zijn vader op als hoofdredacteur van „De Heraut" en tientallen
jaren publiceerde hij daarin zijn gedegen leaders, waarin hij allerlei voor het
kerkelijk leven relevante themata behandelde. Een goed deel van zijn energie en
kennis investeerde Kuyper in zijn perswerk, daarnaast in zijn kerkrechtelijke
adviezen en in het adviseurschap van de opeenvolgende generale synodes,
waarvoor hij tal van gedegen rapporten schreef. Kuyper als leermeester steeds
gerespecteerd, was als persoon moeilijk te doorgronden. Zijn houding tijdens de
tweede wereldoorlog gaf aanleiding tot gerechtvaardigde kritiek.
In 1902 volgde opnieuw uitbreiding van het docentencorps. De verwikkelingen in
de strijd om de opleiding, die ik in de vorige paragraaf vermeldde, hadden ten
gevolge, dat H.Bavinck en P.Biesterveld hun katheders in Kampen verwisselden
met leerstoelen aan de V.U. Bavinck (1854-1921) ging de leerstoel bezetten van
Kuyper, die in 1901 minister-president was geworden. In zijn onderwijs kon hij
voortbouwen op de in Kampen gelegde grondslag. Zijn in de IJsselstad geschreven
Dogmatiek laat zien over welk een enorme eruditie hij beschikte. Dit klassieke
werk vertoont de kenmerken, die ook in Amsterdam zijn dogmatisch onderricht
zouden typeren: zorgvuldige consultatie van Schrift en historie, diepgaande con-
frontatie met het eigentijdse denken en een voorname spiritualiteit.' In zijn Am-
sterdamse periode verplaatste zijn activiteit, althans op publicistisch gebied, zich
naar de filosofie, psychologie en paedagogiek. Hij ontwikkelde zich tot een expert
en autoriteit op het gebied van het onderwijs. Voorts hebben de vragen rondom de
evolutie van de maatschappij, de emancipatie van de vrouw en het in de jaren
1914-1918 acuut geworden oorlogsprobleem hem heftig geïntrigeerd. Het lid-
maatschap van de eerste kamer sloot geheel bij deze brede oriëntatie aan. Op zijn
colleges behandelde hij de vragen van de nieuwere theologie, waarbij hij veel
aandacht schonk aan de filosofie.'
Wat Bavinck in al zijn onderzoekingen en verkenningen als motief en doel voor
ogen stond, was — zoals de titel van zijn gebundelde Stone-lezingen uit 1908 het
uitdrukt — een wijsbegeerte der openbaring. De openbaring van God in schepping
en herschepping vormt naar zijn overtuiging het geheim èn het perspectief van het
leven van wereld en mens. Dit was voor hem een geloofsapriori, waardoor hij
65
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's