Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschap en rekenschap - pagina 142

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschap en rekenschap - pagina 142

Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980

3 minuten leestijd

I A DIEPENHORST

ger van Rutgers belast met strafrecht en strafprocesrecht oreerde hij over Religie-

delicten. Gedeeltelijk met zijn professoraat verband houdend, gedeeltelijk daar-

buiten vallend, schreef hij enkele boeken en tal van brochures en artikelen. De

universiteit vormde de vaste achtergrond van allerhande verbrokkelde werk-

zaamheid: oecumenische beweging, reclassering, blindenzorg, optreden voor ra-

dio en televisie. Het hoogleraarsambt werd in 1967 even onderbroken; er was sinds

1965 non-activiteit in verband met een kort ministerschap van Onderwijs en

Wetenschappen. Maar de benoeming tot extra-ordinarius in 1967, zulks in ver-

band met het lidmaatschap der Tweede Kamer (1967-1971), met als opdracht:

algemene staatsleer, maakte in 1972 weer voor een ordinariaat plaats en in 1976

werd bij de beëindiging van een vierjarig rectoraat de parlementaire geschiedenis

aan de algemene staatsleer toegevoegd. Ook in ander opzicht was herstel of

versteviging van de oude toestand opgetreden, want het lidmaatschap van de

Onderwijsraad (1957-1965) werd in 1967 een voorzitterschap en in 1971 werd het

senatorschap hernieuwd. Al of niet met een ondertoon van welwillendheid wordt

de huidige nestor der faculteit, die sedert 1976 haar decaan is, als ratelend manusje

van alles beschouwd. In een onderwijskundig warenhuis, als iedere wat grotere

faculteit dreigt te worden, is er overvloedig behoefte aan kleine reparaties.

Diepenhorst probeerde duidelijk te maken hoe in het strafrecht — het tragische

recht — meer dan in andere delen der rechtswetenschap beslissingen werden

genomen over menselijk wel en wee. Ofschoon vasthoudend aan de vergelding in

de milde vorm, dat er evenredigheid diende te zijn tussen het gepleegde onrecht en

de uit te spreken straf werd het onderscheid tussen goddelijk en menselijk rechts-

bestel benadrukt, een ook in de rectorale oratie Betrekkelijk en volstrekt (1960)

voorgedragen beschouwing. Aan het menselijk recht waren grote beperkingen

gesteld, al zou het slechts zijn ten gevolge van zijn uitwendig karakter. De dader

van de daad, de daad van de dader, stonden centraal. Binnen het gebroken leven,

waarin geestelijk onevenwichtige, maatschappelijk wrakke, of ook door welvaart

geteisterde figuren vaak met wet en recht botsten, behoorde er een veelzijdige

aanpak te zijn. Het strafrecht zou nimmer verdwijnen, maar met onvolkomenhe-

den moest nooit genoegen worden genomen. De gevangenisstraf, ofschoon on-

misbaar, borg grote nadelen in zich. Voorkomen was beter dan genezen; waar

mogelijk moest worden opgevoed. Vanuit een christelijk strafrecht, kon tegelij-

kertijd de algemeen-menselijkheid van dat strafrecht en de strafrechtspleging

worden erkend en verdiept. Ook met betrekking tot de staat werd voorkeur

geschonken aan een benadering die de gewone burger in het middelpunt plaatste.

Want om hen, die belasting betaalden, in vrijheid of onderdrukt leefden, die

geholpen of bemoeilijkt werden in het vinden van levensonderhoud, die tegen wil

en dank in crisis en oorlog verwikkeld raakten, ging het. In de huidige democra-

tische sociaal-gestempelde rechtsstaat was het moeilijk duidelijke grenzen voor de

overheidstaken te bepalen. Hier en ginds viel de democratie door gebrek aan

innerlijke verbondenheid, deskundigheid en verdraagzaamheid uiteen. Sociaal

zag het er naar uit dat rijke staten nog rijker, arme nog armer werden.

138

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's

Wetenschap en rekenschap - pagina 142

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's