Wetenschap en rekenschap - pagina 427
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
ECONOMIE OP WEG
moet concurreren om de werkgelegenheid, dat dan van deze wetenschap geen heil
kan worden verwacht bij de oplossing van de „sociale questie".
Wil men de sociale nood effectief bestrijden en wil men een andere samenleving
dan één die vol is van „voor hun zelfstandigheid opkomende individuen", dan zal
in de economische wetenschap moeten worden erkend dat „de arbeid is een
ordinantie Gods, die in de eerste plaats beheerscht wordt door de vraag, als
hoedanig we de arbeider hebben te beschouwen"'''.
Kuyper stelt hier niet dat men de arbeider goed moet belonen; het gaat over de
visie op de arbeidende mens en deze is normatief voor de beloning. En tegenover
de mening dat de arbeider slechts een leverancier is van arbeidskracht die door de
kapitalisten vrijelijk mag worden uitgebuit, formuleert Kuyper de kern van het
menszijn als „naar den beelde Gods geschapen"'^
Deze zienswijze moet het de wetenschap mogelijk maken om de sociale nood in
zijn wezenlijke omvang en betekenis te onderkennen. In de sociale nood wordt de
door God geschapen mens gedenatureerd en ontmenselijkt tot louter object in het
ruilverkeer. Maar de normatieve visie op de arbeidende mens moet leidraad zijn
bij de verandering van de samenleving.
Want „dan mogen we met het gebouw van de maatschappij vrede hebben, als het
aan alle menschen een menswaardig bestaan biedt"'^.
In een studie over de „Sociale Nooden" (1895) wijst Kuyper erop dat Christus
altijd en zonder voorwaarden partij kiest voor de armen. En ook stelt Kuyper dat
de bemoeienis van Christus met de armen in de samenleving en met de verdrukten
moet leiden tot een christelijke maatschappijopvatting waarin er sprake is van een
„paraequatie" van bezit'^.
Dit is de praktische consequentie van de opvatting, dat de christen er niet in mag
berusten dat er een samenleving is waarin er aan de éne kant christenen zijn die
maar accumuleren en steeds rijker worden en er aan de andere kant een groep
christenen is die honger lijdt.
Men kan zich voorstellen dat er bij de toenmalige „mannen-broeders" wel enige
onrust moet zijn ontstaan bij het horen van deze „socialistische" taal.
En hoe zal men hebben opgekeken naar de „klokkenist der kleine luyden" toen hij
vermanend opmerkte: „ . . . de Rothschilds met hun Titanisch kapitaal hebben
onder ons verdediging gevonden"'*.
5. Evaluatie
Men kan niet zonder meer concluderen dat Kuyper zich aansloot bij de heersende
inzichten betreffende de aard en taak van de economische wetenschap. Waar-
schijnlijk heeft Kuyper weinig notie gehad van bovengenoemde ontwikkelingen in
de kern van de economische wetenschap, t.w. de waardeleer.
Men vindt verwijzingen naar oudere auteurs zoals Smith, Ricardo (diens boek in
een franse vertahng), Rodbertus, Von Thünen en Marx.
421
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's