Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschap en rekenschap - pagina 427

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschap en rekenschap - pagina 427

Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980

3 minuten leestijd

ECONOMIE OP WEG

moet concurreren om de werkgelegenheid, dat dan van deze wetenschap geen heil

kan worden verwacht bij de oplossing van de „sociale questie".

Wil men de sociale nood effectief bestrijden en wil men een andere samenleving

dan één die vol is van „voor hun zelfstandigheid opkomende individuen", dan zal

in de economische wetenschap moeten worden erkend dat „de arbeid is een

ordinantie Gods, die in de eerste plaats beheerscht wordt door de vraag, als

hoedanig we de arbeider hebben te beschouwen"'''.

Kuyper stelt hier niet dat men de arbeider goed moet belonen; het gaat over de

visie op de arbeidende mens en deze is normatief voor de beloning. En tegenover

de mening dat de arbeider slechts een leverancier is van arbeidskracht die door de

kapitalisten vrijelijk mag worden uitgebuit, formuleert Kuyper de kern van het

menszijn als „naar den beelde Gods geschapen"'^

Deze zienswijze moet het de wetenschap mogelijk maken om de sociale nood in

zijn wezenlijke omvang en betekenis te onderkennen. In de sociale nood wordt de

door God geschapen mens gedenatureerd en ontmenselijkt tot louter object in het

ruilverkeer. Maar de normatieve visie op de arbeidende mens moet leidraad zijn

bij de verandering van de samenleving.

Want „dan mogen we met het gebouw van de maatschappij vrede hebben, als het

aan alle menschen een menswaardig bestaan biedt"'^.

In een studie over de „Sociale Nooden" (1895) wijst Kuyper erop dat Christus

altijd en zonder voorwaarden partij kiest voor de armen. En ook stelt Kuyper dat

de bemoeienis van Christus met de armen in de samenleving en met de verdrukten

moet leiden tot een christelijke maatschappijopvatting waarin er sprake is van een

„paraequatie" van bezit'^.

Dit is de praktische consequentie van de opvatting, dat de christen er niet in mag

berusten dat er een samenleving is waarin er aan de éne kant christenen zijn die

maar accumuleren en steeds rijker worden en er aan de andere kant een groep

christenen is die honger lijdt.

Men kan zich voorstellen dat er bij de toenmalige „mannen-broeders" wel enige

onrust moet zijn ontstaan bij het horen van deze „socialistische" taal.

En hoe zal men hebben opgekeken naar de „klokkenist der kleine luyden" toen hij

vermanend opmerkte: „ . . . de Rothschilds met hun Titanisch kapitaal hebben

onder ons verdediging gevonden"'*.

5. Evaluatie

Men kan niet zonder meer concluderen dat Kuyper zich aansloot bij de heersende

inzichten betreffende de aard en taak van de economische wetenschap. Waar-

schijnlijk heeft Kuyper weinig notie gehad van bovengenoemde ontwikkelingen in

de kern van de economische wetenschap, t.w. de waardeleer.

Men vindt verwijzingen naar oudere auteurs zoals Smith, Ricardo (diens boek in

een franse vertahng), Rodbertus, Von Thünen en Marx.

421

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's

Wetenschap en rekenschap - pagina 427

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's