Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 324
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
kende Ziele" (Afb. 1) te tonen. Maar we kunnen nog een derde groep
aquarellen onderscheiden, waarbij van een diepere betekenis nauwelijks
sprake lijkt te zijn. I.W. sluit in dit opzicht bij Bunyan aan. De aquarel
waarop de Reus en zijn vrouw „te bedt leggende" worden afgebeeld (blad
28) is een voorbeeld van deze derde groep. We hebben in zulke gevallen te
maken met een plaatje gevolgd door een praatje. Sommige van deze
realistische aquarellen maken de indruk een griezeleffect te beogen; hierbij
kunnen we weer aan de Reus en zijn vrouw denken, maar ook aan het in
Bunyans verhaal vrij onbeduidende tafereel van de man, die onder het oog
van Christus en Hopende door zeven duivels wordt weggetrokken naar een
waarschijnlijk niet al te aangename bestemming (blad 32).^'' Genoemde
Reus is niet overtuigend in beeld gebracht. Dat gaat waarschijnlijk ook
moeilijk met een gigant die in bed ligt, waarbij het bed dan bovendien nog
dezelfde afmetingen heeft als het voor een normale sterveling bedoelde,
dat we op blad 15 aantreffen. Alleen een plompe kruik en een paar
buitenmaatse pantoffels doen enigszins aan een Reus denken. Hij is beter
neergezet op blad 29 (Afb. 5). In zijn volle lengte torent hij boven Christen
en Hopende uit, als hij hen buiten zijn kasteel met een vervaarlijke knuppel
in de hand de resultaten laat zien van de toepassing van dat werktuig:
botten en schedels van andere uit de koers geraakte pelgrims, die hen
dreigend aanstaren. Bij het bekijken van de volgende aquarel krijgen we
zelfs de indruk dat de Reus aanstekelijk heeft gewerkt, want we zien de
herders van de Liefelijke Bergen zonder enige aanleiding reus-achtige
vormen aannemen. Onze vrienden lopen wat verloren tussen hen rond.
Eenmaal wekt de volgorde van de aquarellen enige bevreemding. Uit het
vers op blad 20 blijkt dat Christen daar voor het eerst bij het prieel komt
(hij komt er in het verhaal twee keer). Dat betekent dat blad 19 zich op een
ongelukkige plaats bevindt, omdat de daar afgebeelde ontmoeting van
Christen met Mistrouwe en Vreesachtige na het eerste verblijfplaats vindt.
Soms wordt een episode uit het boek niet afgebeeld, maar in een van de
verzen kort onder woorden gebracht. Dat is bijvoorbeeld het geval met de
ontsnapping uit kasteel Twijfel: „Maar onverwagt de Poord (sic) gaat
open/ Door sleutel van beloft en sijn 't beyd ontloopen" (blad 28) en „En
door beloft behielde sij het leven" (blad 29). Het geldt ook voor het droevig
einde van Onkunde (blad 36), die zich de rivier heeft laten overzetten door
veerman Ydele Hope, in plaats van die te doorwaden. Bij de Hemelpoort
aangekomen, valt hij in handen van een paar engelen, die korte metten met
hem maken en hem in het zicht van de Hemel in de Hel werpen, of om het
met I.W. te zeggen, hij liep „Den heuvel op tot aen de poort/Maar wiert
helaas ter sij versmoort".
Het is wellicht typerend voor de inwoner van de Maasstad I.W. om met
het riviergezicht van blad 36 te eindigen. Maar misschien is het even
kenmerkend voor de stichtelijke bedoeling die hij had dat hij kijkers en
lezers aan het eind van zijn boekje op deze manier nog één keer waar-
schuwt, dat het schip in het zicht van de haven nog kan stranden. Natuur-
308
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's