Wetenschap en rekenschap - pagina 385
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE VRIJE UNIVERSITEIT EN DE G E S C H I E D W E T E N S C H A P P E N
openingszinnen zoek geraakt was Calvinisten zullen van huis uit hun geloofsge-
noten uit vroeger eeuwen gemakkelijker begrijpen, en daarom kan het inderdaad
bij uitstek hun taak zijn dat deel van het verleden te ontsluiten Goslinga ziet ook
nog een tweede taak Ieder bekijkt de geschiedenis van zijn eigen standpunt Een
liberaal ziet het verleden anders dan een katholiek, en kan met diens voorstelling
met zonder meer genoegen nemen „Vandaar ook, dat de Calvinisten niet na
kunnen laten zelfde hand aan den ploeg te slaan" '
Aan de vervulling van die tweede plicht heeft Goslinga zijn oratie gewijd verlicht
despotisme is immers met een aan het calvinisme ontsproten kracht In handen
van Willem I is het zelfs tegen dat calvinisme gericht, en ontneemt het de calvini-
sten hun vrijheid in kerk en school Terecht onderstelde Japikse," dat Goslinga's
oordeel ingegeven was door zijn kerkelijk standpunt Goslinga heeft zich altijd een
zoon der Afscheiding gevoeld, en koos in de negentiende eeuw steeds haar partij '^
Koning Willem I bleef voor hem in de eerste plaats de man van de vervolging
tegen de afgescheidenen De toon van de rede is dan ook weinig welwillend De
koning wordt op alle punten schuldig bevonden
Goslinga houdt zich met het verschijnsel verlicht despotisme als zodanig nauwe-
lijks bezig Bolkestein heeft Goslinga in zijn recensie van deze rede verweten dat
hij het verlicht despotisme wel heeft beschreven in zijn uitingen, maar met in zijn
oorsprongen Hij herhaalt bekende feiten, maar verklaart ze niet „Waarom"'
Waarom'' vragen we onophoudelijk bij het weer opnieuw hooren van de maatre-
gelen die WIJ reeds op de schoolbanken van buiten leerden Maar de redenaar
onthoudt zich van een antwoord" '^ De kritiek is op zichzelf met onjuist, maar ze
verlangt wel van het betoog iets anders dan het bedoelde te geven De oorsprong
van het verlicht despotisme is voor Goslinga helemaal geen probleem Zijn denken
is hier strikt Groeniaans Verlicht despotisme is rationalistisch, het wortelt in
ongeloof Daarom is het ook totalitair Absolutisme kende nog grenzen, „de
verlichte despoten echter heten zich door niets weerhouden om het goede te doen,
waartoe ze zich geroepen achtten" ''' Die geest bezielde ook Willem I, en ze zou na
hem doorwerken in de liberale staat Goslinga's rede kan men opvatten als een
verklarende kanttekening bij Groens Ongeloof en Revolutie Een ongeloofsleer als
die van het verlicht despotisme moei in haar uitwerking gevaarlijk zijn welke
goede bedoelingen haar aanhangers ook bezield mogen hebben
Groen van Prinsterer, de anti-revolutionaire richting in haar opkomst, en vooral
de schoolstrijd zouden Goslinga's levenswerk worden Inzoverre is de rede van
1918 programmatisch Ook hierin, dat Goslinga zich concentieert op het geestelijk
leven van de natie Het belangstellingsveld van de theoloog Van Schelven is
ruimer dan dat van de historicus Goslmga Met name voor het sociaal-economi-
sche had Goslinga geen spoor van interesse Verberne constateerde in 1948, dat de
schoolstrijd en het arbeidersvraagstuk tot veel studie aanleiding gegeven hadden,
maar nog met met elkaar in verband waren gebracht '^ Goslinga zou dat ook niet
stimuleren Geschiedenis interesseerde hem alleen als strijd der geesten
Toch zouden we Goslinga onrecht doen, indien we hem bestempelden als een
379
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's