Wetenschap en rekenschap - pagina 435
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
ECONOMIE OP WEG
vertolkt door Zijlstra.
Het standpunt van Zijlstra is nog steeds gangbaar en is ook op de economische
faculteit van de Vrije Universiteit overheersend.
In de laatste tijd komt er een nieuwe groep op, die principieel afstand neemt van
het traditionele paradigma en meent dat de normativiteit waartoe het christelijk
denken noopt, slechts kan worden geformuleerd indien men bereid is het be-
staande paradigma principieel ter discussie te stellen.
In het nu volgende komen beide genoemde groepen achtereenvolgens ter sprake.
De kern van de derde groep zal in een slothoofdstuk naar voren worden gehaald.
2. Waardegebonden economie
Nederbragt is één van die geleerden die een afkeer hebben van het bedrijven van
de wetenschap om de wetenschap zelf. Men is meer betrokken op de concrete
ontwikkeling in de samenleving en men confronteert de ervaren werkelijkheid
voortdurend met ethische en religieuze normen. Christelijke economie betekent
niet zozeer het formuleren van nieuwe theorieën, maar voornamelijk het nagaan
aan welke geboden mens en samenleving moeten voldoen. In de geschriften komt
men dan ook vele beschouwingen over de sociale ethiek tegen.
Zo schrijft Nederbragt in het voorwoord tot zijn Proeve eener theorie der Economie
naar christelijke belijdenis, (1920), dat hij andere aspiraties heeft dan wetenschap-
pelijke.
Hij is meer geïnteresseerd in „de absolute waarheid, waarin alleen rust en vrede is
voor het menschenhart, ondanks alle strijd, ook in het economisch leven". De
wetenschap kan niet neutraal zijn, maar moet altijd gericht zijn op de dienst aan
hogere doelen'.
Daarbij zijn vier elementen van belang, die hij in de volgende zinnen samenvat:
„In de eerste plaats gaat het in de economie om het huishouden met, het besteden
van, het werken met stoffelijke goederen. In de tweede plaats dienen de stoffelijke
goederen mede tot verzorging van den mensch, bij welke verzorging de mensch ten
aanzien van zich zelf mede-arbeider Gods is. In de derde plaats moet uitkomen,
dat de arbeid van de mensch ten opzichte van de stoffelijke goederen moet gericht
zijn op de ontplooiing en ontwikkeling van de geschapen wereld tot Gods eer. En
in de vierde plaats dient in het oog te worden gevat, dat gestreefd moet worden
naar vooruitgang in het economisch, ook technische leven tot — menschelijkerwijs
gesproken — verhaasting der voleinding dezer wereld en de wederkomst van
Christus"^.
Vanuit deze normatieve visie komt Nederbragt tot de volgende omschrijving van
de economie als wetenschap namelijk „de leer van de wijze waarop de mens heeft
huis te houden met de stoffelijke goederen, a, ter vervulling der taak, door God
hem opgedragen in zake zijn eigen verzorging, b, als mede-arbeider Gods aan de
volle ontplooiing en ontwikkeling der stoffelijke wereld, en c, tot verhaasting der
429
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's