Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 223
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
Ook de volgende, aan Nicolaas gewijde regels zijn ten volle op de
Nederlandse reformator toepasselijk
Ook de natuur had hem kwistig met hare gaven gekroond zijn uiterhjk voorkomen
had iets mnemends welbespraaktheid maakte zijn omgang gezocht en zijn verstand was
voor hooge ontwikkehng vatbaar Een goede degelijke opvoeding kwam zoo gunstig een
aanleg ter hulpe en bij zijne wijding ontving de kerk in hem een man die met goede
beginselen bezield op intellectueel gebied voor weinigen behoefde onder te doen van
wien ze dus iets groots mocht verwachten -"'
In de paragraaf over Nicolaas' „aanleg en karakter" somt Kuyper de
eigenschappen op, die hij aan Nicolaas meent te mogen toeschrijven
vroomheid, gevoel voor anderen, kunde, heerszucht, vindingrijkheid en
moed Over de vroomheid spraken we reeds Met de tweede eigenschap
wordt op sociale bewogenheid en zin voor gerechtigheid gedoeld Daar-
over in het derde hoofdstuk Aan kunde ontbrak het Kuyper zeker niet en
aan , helderheid van begrip" evenmin, maar met de door hem aan Nicolaas
toegeschreven mensenkennis was hij niet begiftigd, daar zijn de biografen
het wel over eens'^^ Merkwaardig is de wijze, waarop Kuyper Nicolaas'
onmiskenbare heerszucht verklaart „Veel was er waardoor dit gebrek
werd aangekweekt Wij noemen slechts zijn gevoel van zedelijke en intel-
lectueele meerderheid boven zoovelen die hem omgaven, de toejuichin-
gen, die hij van zijn meerdere ontving, en zijne onmisbaarheid voor paus
Leo" ^^ Onwillekeurig wordt men herinnerd aan Kuypers enigszins naïeve
bekentenis omtrent zijn jeugdige ijdelheid en dadendrang Na door de
theologische faculteit van Groningen met lof overstelpt te zijn kwam bij
hem voor het eerst de gedachte op „Zou ik iets meer kunnen dan 'n
ander''"^^ Dat ook vindingrijkheid en moed aan Kuyper met ontzegd
kunnen worden, behoeft geen betoog
Over beider beginselvastheid nog een enkel woord Aan het einde van
zijn uitweiding over de huwelijkspenkelen van Thietberga, de verstoten
gemalin van de Frankische koning Lotharms II, stelt Kuyper een gewe-
tensvraag aangaande Nicolaas' houding met betrekking tot de ongelukkige
vrouw Achteraf kon men immers zeggen „om een onschuldige vrouw te
redden werden kort daarop honderden met minder onschuldige mannen
en vrouwen vermoord " De vraag is legitiem, maar het antwoord
afdoende „Nicolaas moest stellig handelen gelijk hij deed Beoogt men
een goed doel, en handelt men bij 't streven daarnaar overeenkomstig
plicht en geweten, dan zijn wij met aansprakelijk voor de nadeelige gevol-
gen die onze handelwijze tegen onzen zin na zich sleept Buitendien, het
gold hier met alleen de bescherming van Thietberga, maar de handhaving
van een beginsel, dat men nooit mag prijsgeven" -^ Vandaar dat Kuyper
het Nicolaas euvel duidt, dat laatstgenoemde (althans in deze affaire) op
het beslissende moment met doortast „Dit is zwakheid, en een zwakheid,
die aan een man als Nicolaas, die zijn plicht zoo ten volle kende, niet te
vergeven is" ^^
207
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's