Wetenschap en rekenschap - pagina 126
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
I A DIEPENHORST
vorm te geven? Het proefschrift dat naar de schrijver zelf verklaarde zich bezig
hield met de voor het menselijk kennen misschien onoplosbare strijdvraag van de
wilsvrijheid — de keuze tussen determinisme en indeterminisme — munt uit door
klaarheid en raakheid. Eerst tegen het eind spreekt het betoog minder toe als het
aankomt op de nadere plaatsbepaling van de schuld in het wilsproces. Niet de
doelstelling, niet de beslissing of de uitvoering worden als zetel aangewezen, de
schuld zal in de overlegging te zoeken zijn. Echter voordien heeft Zevenbergen, de
wilsvrijheid in de zin van redelijke zelfbepaling opvattend, op bevredigende wijze
ook het oorzakelijkheidsbeginsel bij de wilsvorming gehandhaafd. Hij stelt in het
hcht hoe met erkenning van het absolute karakter der moraal de rechtsschuld zich
van de morele schuld onderscheidt en de staat niet over de gezindheid oordeelt.
Het is vanwege een schending van rechtsplichten blijkend uit daden dat de staat
daders verantwoordelijkheid toekent. Binnen het hen omspannende Albestuur
Gods, met erkenning van hun zelfstandigheid als persoon, hun gebondenheid aan
natuur en milieu, zijn zij vrij. De delicten die zij begaan zijn geen natuurnood-
wendige sociale producten en de staat straft hen bij zijn vergelding. Hij dient met
zijn repressie een waarlijk geldende orde. Het gaat om handhaving van de god-
delijke gerechtigheid.
De na het proefschrift verschenen even lezenswaardige als moeilijke artikelen in
diverse organen — later in 1927 gebundeld door zijn broer C. Zevenbergen onder
de titel Verzamelde opstellen wettigden zo nodig nog Zevenbergens professoraat
ofschoon de stof voor buitenstaanders weinig toegankelijk was en het ruime
wijsgerige kennis vereiste om de auteur te kunnen volgen. Hetzelfde is van toe-
passing op Leemten in de wet, waarin hij met behulp van de a tors el a travers
doorgevoerde onderscheiding van ,,zijn" en ,,gelden" de normativiteit kon hand-
haven — werkelijk mit Mühe und Not — en zijn eigenaardige logistiek hoogtij
vierde. Veelzeggend is, dat hij in één zijner opstellen staatsonrecht logisch voor
onmogelijk verklaarde. Dezelfde tweedeling van zijn en gelden had hem ertoe
gebracht om verschil makend tussen wetenschappelijke knollen en citroenen,
Eugen Ehrlich's sociologisch werk tot de knollen te rekenen. Echter nog eens, dit
alles ging buiten de schare om. Bestrijding riep Zevenbergen op vooral met zijn
Leerboek van het Nederlands strafrecht (1924) dat in weerwil van de door benutting
van veel Duitse litteratuur moeilijk geworden stijl, de soms wat kronkelende
logische denktrant in elk geval ook aan niet-juristen vat op hem gaf, zulks in
tegenstelling tot het veel meer vakkennis veronderstellende in 1925 verschenen
werk Formeele encyclopaedie der rechtswetenschap. Welnu, wat in Eenige be-
schouwingen zich reeds Het voorzien — daarin was sprake van het rechtsdoel opdat
een gemeenschap van redelijk zedelijke wezens zich kon ontwikkelen — brak in het
Leerboek volop door. De invloed van Stammler als wijsgeer, van Beling als straf-
rechtsman. de eigenaardige indeling, het opzijschuiven op een heel bepaalde
manier van de criminologie, laat ik rusten. Met een overeind houden van het
vergeldend karakter der straf als een toevoeging van leed wegens gepleegd onrecht
werd tegelijkertijd deze juridische straf van andere straffen zoals de natuurlijke, de
122
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's