Wetenschap en rekenschap - pagina 209
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
FACULTEIT DER G E N E E S K U N D E
3. Neuro-anatomie.
Enkele jaren geleden werd onderzoek op dit gebied geïntroduceerd. Het onder-
zoek is voornamelijk gericht op het bestuderen van vezelverbindingen in de
hersenen, teneinde na te gaan op welke wijze verschillende delen van het zenuw-
stelsel onderling verbonden zijn.
Antropogenetica
Het onderzoek houdt zich allereerst bezig met populatie-genetische problemen.
Omdat het hierbij om mensen gaat (aan dieren is ook in Nederland veel popula-
tie-genetisch onderzoek verricht), kunnen geen experimentele populaties opgezet
worden. Het blijkt echter dat de „natuur" (of de geschiedenis) populaties ge-
creëerd heeft, die als „model-populatie" voor genetisch onderzoek zeer geschikt
zijn, b.v. de populatie, die de Aland-eilanden in de Oostzee bewoont. Van deze
populatie zijn kerkregisters bewaard gebleven, waaruit, met behulp van de com-
puter, een beeld verkregen kan worden van migratiepatronen en waarschijnlijk
ook van de variatie in het optreden van bepaalde genetische aandoeningen in de
verschillende subpopulaties. Daarnaast wordt biochemisch genetisch werk ver-
richt, waarbij met electroforetische methoden in eiwitten genetisch bepaalde va-
riaties kunnen worden aangetoond, die vaak gerelateerd kunnen worden aan
ermee gepaard gaande erfelijke ziekten. Waren, rond 1960, circa 400 erfelijke
aandoeningen bekend, thans ligt het aantal bij circa 2500. Een ander onderzoeks-
terrein is dat van de celgenetica en karyologie. (O.m. onderzoek naar chromoso-
male afwijkingen).
Directe toepassing van kennis uit onderzoek verkregen, geschiedt door het ver-
strekken van genetische adviezen. Men kan dit zien als een belangrijk onderdeel
van de preventieve geneeskunde. Het behelst het verstrekken van adviezen aan
echtparen over de risico's voor het krijgen van kinderen met genetisch bepaalde
aandoeningen.
Celbiologie
Sinds 1964 heeft het accent van het wetenschappelijk onderzoek van het histolo-
gisch laboratorium en later van de vakgroep celbiologie (bestaande uit een sectie
histologie en een sectie electronenmicroscopie) gelegen op het gebied van de
histofysiologie van de immuunrespons. Wanneer lichaamsvreemde stoffen, zoals
b.v. bacteriën (in het algemeen antigenen) in mens of dier binnendringen, komt
een afweermechanisme in werking, dat erop gericht is de schade van zo'n stof
zoveel mogelijk te beperken. De afweer bestaat daarin, dat de binnengedrongen
bacteriën door cellen worden „opgegeten" en afgebroken. Naast deze zg. fagocy-
tose vindt een meer specifiek gerichte afweer plaats door de vorming van anti-
stoffen (immuunstoffen). De processen die samenhangen met en leiden tot de
immunologische afweer, worden de immuunrespons genoemd. Deze speelt zich in
hoofdzaak af in milt en lymfeklieren. Ook andere organen als beenmerg en
thymus zijn hierbij zeer nauw betrokken vooral als leveranciers van cellen, die bij
205
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's