Wetenschap en rekenschap - pagina 55
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H O N D E R D JAAR T H E O L O G I E AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
de openbanngsgedachten a h w nog ingebed zijn in en vermengd zijn met allerlei
door de toenmalige tijd en situatie bepaalde elementen De vakken, die zich
daarmee bezig houden, behoren tot de periferie van de theologie Maar de dog-
matiek distilleert uit het geheel van de Schrift, zoals ze concreet overgeleverd is, de
openbanngsgedachten in hun pure gestalte Zij verwerkt a h w de Schnftinhoud
tot de zuivere kennis Gods Daarom is zij het hart van de theologie en als zodanig
bepalend voor wat in een concentrische cirkel om dat hart heen ligt de (theolo-
gische) exegese, de practicale godgeleerdheid en de kerkhistorie — die vakken
derhalve, die relevant zijn voor de kerk en haar prediking Het is m i onmisken-
baar, dat in deze visie een intellectualistische opvatting van de openbaring naar
voren komt openbaring wordt als kennisoverdracht beschouwd
Wat voorts in Kuyper's rede treft is zijn onmiskenbaar verlangen de Bijbel als
Woord van God te eren Maar de zienswijze, die hij ten aanzien van de inspiratie
der Schrift huldigt, is zakelijk soms meer aanvechtbaar, dan men op grond van de
gloedvolle, bezwerende taal zou denken Zijn beschouwingen over een Bijbel, die
naar zijn inhoud en omvang a h w „gepraedestineerd" is en zijn uiteenzettingen
over de onfeilbaarheid als eigenschap van de oorspronkelijke handschriften — alle
fouten zijn z i op rekening van latere afschrijvers te stellen — ontspringen aan een
speculatief denken en zijn met afgeleid uit de Schrift zelf Zijn bewering, dat
onfeilbaarheid geen notariële precisie insluit, poogt twee onverzoenbare ge-
zichtspunten toch te verbinden, zoals Gunning scherp inzag "
In zijn recente grondige studie over de rede van 1881 in haar historische context
betoogt Augustijn terecht, dat Kuyper in zijn verlangen naar absolute zekerheid de
vragen, die het wetenschappelijk Bijbelonderzoek oproept, met aandurfde '*
Reeds aanstonds na de publicatie nep Kuyper's rede vele reacties op Gunning
protesteerde tegen Kuyper's weergave van het ethische gevoelen, waarbij hij
opmerkte, dat Kuyper als partijhoofd de dingen wel scheef moest zien " Deze
reactie verbaast niet gezien datgene wat zich reeds voordien tussen Gunning en
Kuyper had afgespeeld Zoals bekend was het tussen beide mannen tot een
openlijk conflict gekomen een van de meest dramatische uit de nederlandse
theologiegeschiedenis van de tweede helft der negentiende eeuw De breuk bleek
niet meer te helen Gunning had onoverkomelijke bezwaren tegen het optreden
van Kuyper als partijhoofd en kon zich absoluut niet verenigen met de wijze,
waarop deze — naar Gunning's overtuiging mede om de massa onder zijn beslag te
krijgen — zijn opvatting van de inspiratie in dejaren voor 1880 steeds meer tot een
waterdicht systeem uitbouwde ^
Belangrijk is uit latere tijd het oordeel van de groninger hoogleraar Isaac van Dijk,
een fijnzinnige representant van de tweede generatie der ethische theologen Van
Dijk citeert Hermann Gunkel, die in het voorwoord van zijn beroemde kommen-
taar op Genesis (1901) schreef „Wer sich Theologe nennt. muss die Religion
studieren, alles Uebrige muss ihm Nebensache sein Eine nur vorwiegend philo-
logische, archaologische oder „kritische" Behandlung des alten Testamentes ist
51
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's