Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschap en rekenschap - pagina 497

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschap en rekenschap - pagina 497

Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980

3 minuten leestijd

DE PSYCHOLOGIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT

zozeer in het eclectische karakter ervan — wat overigens voor de meeste psycho-

logen van zijn dagen gold — als wel in het feit dat hij, anders dan Bavinck, geen

onderscheid maakte tussen religie als stelsel van geloofsuitspraken en geloof als

persoonlijke levenshouding. Voor hem vielen deze beide samen, wat er in concreto

toe leidde dat hij op basis van de Gereformeerde dogmatiek uit met name de

dieptepsychologische systemen die elementen lichtte die hem bruikbaar voor-

kwamen. Voor hem was de mens een religieus wezen, d.w.z. dat „zijn afkomst van

de Vader beslissend voor hem is" (1954, p. 20). Wat hem nu in de systemen van

Freud, Jung, Adler en Künkel aantrok was dat daarin de mechanismen blootge-

legd werden waarmee de mens zich voor God probeerde te verbergen. Maar ook al

achtte hij hun inzichten in de werking van de menselijke psyche hoog, de uit-

gangspunten van hun systemen verwierp hij zonder enige schroom als on-christe-

lijk. Zo stelde hij met betrekking tot de psychoanalyse van Freud dat „het wel

vaststaat, dat de theorie van de psychoanalytische school in flagrante strijd is met

alle beginselen van het Christendom". Hij schrapte derhalve de driftenleer als

basis van de dieptepsychologie en verving deze door de karakterleer van Klages

omdat deze zijns inziens veel beter aansloot bij het in-dividuele karakter van de

mens. Maar ook Klages' theorie werd door hem in christelijke richting gemodifi-

ceerd vanuit de overweging dat daarin „geen rekening gehouden wordt met het

bestaan van een „ik" en omdat hij niet een onsterfelijke kern bij den mensch

aanvaardt" (1938, p. 167, 147). Uit dit laatste blijkt overigens ook dat hij een

substantieel zielsbegrip huldigde, een punt waarop hij door de wijsgeer VoUen-

hoven scherp bekritiseerd werd. Naar diens mening — en daarin stemde hij

overeen met de opvattingen van Wundt, bij wie hij een tijd gestudeerd had — was

er voor een dergelijk metafysisch zielsbegrip in de wetenschap en de wijsbegeerte

geen plaats. Vandaar dat hij Waterink's opvatting van psychologie als „zielkunde"

afwees en stelde dat deze wetenschap het psychische als één van de aan het

menselijk lichaam te onderscheiden functies diende te bestuderen.

Maar hoe onvruchtbaar Waterink's bovengeschetste standpunt ook was voor de

ontwikkeling van de psychologie als empirische wetenschap, aan de andere kant

lagen in zijn mensvisie ook diverse momenten besloten die zijn „salutaire" bezig-

heden een duidelijke lijn en een eigen kleur gaven. Want uitgaande van de stelling

dat het karakter van de mens als religieus wezen in al zijn doen en laten, moge-

lijkheden en onmogelijkheden doorwerkte, propageerde hij een benadering van

de hulpvragende mens die diens individualiteit en verantwoordelijkheid recht

deed wedervaren. Een voorbeeld daarvan vormt zijn werk op het psychotechnisch

laboratorium, waar hij zich scherp afzette tegen de aanvankelijk in Nederland

gevolgde functiegerichte benadering. Deze leunde dicht aan tegen de toenmalige

experimentele psychologie en hield in dat, analoog aan een medische keuring, een

sollicitant voor een bepaalde functie alleen getest werd op de sensorische en

motorische vaardigheden die voor een goede uitoefening van deze functie vereist

waren. Weliswaar waren tegen deze aanpak van diverse kanten bezwaren geuit en

was voorgesteld dat het psychotechnisch onderzoek zich ook moest richten op de

491

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's

Wetenschap en rekenschap - pagina 497

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's