Wetenschap en rekenschap - pagina 491
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
-f^l
DE PSYCHOLOGIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
kunnen twee overwegingen aangevoerd worden. In de eerste plaats het gegeven
dat aan het eind van de 19e eeuw een wijsgerige heroriëntatie plaatsvond onder het
motto „Terug naar de ervaring". Wat men bij zulke uiteenlopende filosofen als
Lange, Mach, Brentano, Husserl, Marx, Dilthey, Wundt, James en Dewey aantreft
is een onvrede met de bestaande wijsgerige stelsels, waaronder het speculatieve
idealisme van Hegel en Schelling, gepaard gaande met een streven om de wijsbe-
geerte op een wetenschappelijk-empirisch fundament te plaatsen. Dit leidde
vooral tot een belangstelling voor de psychologie omdat juist deze discipline zich
bezighield met het bewustzijn als de (veronderstelde) plaats waar het proces van
de kennisvorming zich afspeelde. Zou men dit proces wetenschappelijk onder-
zoeken, dan zouden de resultaten daarvan een empirische en derhalve onwankel-
bare basis kunnen vormen voor een vernieuwde wijsbegeerte. En het is nu in dit
kader dat Wundt zijn psychologisch laboratorium oprichtte, Brentano zijn „Psy-
chologie voin empirischen Standpunkt" schreef, Dilthey zijn „beschrijvende" psy-
chologie plaatste tegenover de „verklarende" psychologie, en James zijn „Princi-
ples of psychology" het licht deed zien.
De tweede overweging voor de vraag, of het alleen aan Wundt te danken is dat.de
psychologie aan het eind van de 19e eeuw als zelfstandige wetenschap ontstond,
heeft te maken met het gegeven dat een aantal psychologen al snel grote toe-
komstverwachtingen met hun vak ventileerden. In eerste instantie hadden deze
voornamelijk betrekking op de wetenschappelijke status van de psychologie. Men
was van mening dat als de psychologie haar wijsgerig-beschouwend karakter
eenmaal verloren zou hebben, en gebruik zou gaan maken van wetenschappe-
lijk-empirische methoden, de tijd niet ver meer was dat zij over een kennisarsenaal
zou beschikken dat vergelijkbaar was met dat van de natuurwetenschappen.
Vervolgens vatte ook de mening post dat de psychologie grote praktische toepas-
singsmogelijkheden zou kunnen hebben, een mening die geruggesteund werd
door o.a. Münsterberg's succesvolle poging om telefonistes voor de Bell Telephone
Company te selecteren (1880) en de door de artsen Binet en Simon ontworpen
intelligentie-schaal voor het buitengewone onderwijs (1905). Mede op grond
hiervan verwachtte men dat het toepassen van wetenschappelijk verworven psy-
chologische kennis tot even grote veranderingen in het psychisch welbevinden van
de mens zou leiden als de technologische toepassingen van natuurwetenschappe-
lijke kennis dat gedaan hadden in de fysieke levensomstandigheden van de mens.
In ons land was het vooral de reeds genoemde wijsgeer Gerard Heymans die dit
toekomstbeeld verwoordde in zijn uitspraak dat de psychologie in zodanige mate
zou kunnen bijdragen aan het geluk en het welzijn van de mens, dat de 20e eeuw
de geschiedenis in zou gaan als de „eeuw van de psychologie". In 1914 tenslotte
publiceerde Münsterberg zijn „Grundzüge der Psychotechnik" waarin hij aangaf
hoe de psychologie dienstbaar gemaakt kon worden bij „problemen die in de
cultuur leven", zoals de gezondheidszorg, onderwijs, opvoeding, rechtspraak,
handel en bedrijf.
Het lijdt weinig twijfel dat ook deze toekomstverwachtingen een rol gespeeld
485
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's