Wetenschap en rekenschap - pagina 420
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J G KNOL
— men waardeert huidige goederen hoger dan toekomstige goederen
— men is bereid om van deze voorkeur voor huidige goederen afstand te doen, dus
te sparen mits men daarvoor beloond wordt, dat is interest krijgt
— de producenten zijn bereid om aan de spaarders deze beloning te betalen
omdat ZIJ daar voordeel in zien
— de producenten zijn in staat om deze interest te betalen omdat de omwegpro-
duktie een waardeoverschot oplevert
Men kan de betekenis van het werk van Bohm niet ten volle waarderen als men
hem niet als een volbloed marginalist ziet Zoals reeds eerder is opgemerkt, is een
marginalist iemand die de economische wetenschap opvat als een wetenschap van
keuzehandelingen Men is op zoek naar een generale theorie van het economisch
gebeuren zoals dat voortvloeit uit de beslissingen van economische subjecten
Zeer fraai komt dit bij Bohm naar voren bij zijn analyse van het verschijnsel van de
meerwaarde Als men deze vergelijkt met de analyse van Karl Marx blijkt het
volgende Bij Marx ontstaat de meerwaarde door de arbeid De arbeid is bron van
waarde Het loon dat de arbeiders ontvangen is minder dan de waarde die zij
produceren In een kapitalistische maatschappij incasseren de kapitalisten deze
meerwaarde en dit surplus wordt verdeeld over grondrente, interest en winst De
interest heeft alles te maken met de kapitalistische produktieverhoudingen en is
daarmede principieel een bestanddeel van de meerwaarde
BIJ Bohm is er ook een surplus, de omwegproduktie levert meerwaarde op, waaruit
de interest kan worden betaald
Maar deze interest volgt niet uit een bepaalde constellatie van produktieverhou-
dingen Interest is als verschijnsel te verklaren uit zowel psychologische als uit
technische gegevens
In elke orde is er het interestverschijnsel De interest is bepalend voor de opbouw
van het produktie-apparaat in de tijd De interest is terug te brengen tot een
verschil in waardering door het economisch subject
Ergo, de waarderende subjecten bepalen de opbouw van het produktie-apparaat
en daarmede de omvang van de nationale produktie
6 Neo-klassieke waardeleer
De neo-klassieke waardeleer zoekt de oorsprong van de waarde in de schaarste De
schaarste van een goed is de uitdrukking van een verhouding tussen gevraagde en
aangeboden hoeveelheden van goederen en diensten
De grondslag van deze leer is gelegd door Walras die de theorie van het algemeen
evenwicht heeft ontworpen De problematiek van de allocatie van schaarse mid-
delen wordt gevangen in een omvattende verzameling van simultane vergelijkin-
gen waarmede alle onbekende prijzen en hoeveelheden kunnen worden bepaald
De prijzen van de eindprodukten worden afgeleid uit de preferenties van de con-
sumenten, maar ook van de waarde van de produktieve diensten, die verricht
414
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's