Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschap en rekenschap - pagina 372

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschap en rekenschap - pagina 372

Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980

2 minuten leestijd

A.TH.VAN DEURSEN

gewoon hoogleraar aanvaarden.'* Een ordinarius kwam er wel in Utrecht, de

eveneens in Duitsland opgeleide Vogelsang." Hij trok volle zalen,^ doch de

belangstelling kwam vooral van kunstgevoelige liefhebbers, die zich niet als on-

derzoekers aan de jonge wetenschap zouden wijden. Gemakkelijk was dat ook

niet: het vak moest haar eigen grondslag nog leggen. Hofstede de Groot wees de

weg met zijn „Beschreibendes und kritisches Verzeichnis der Werke der hervorra-

gends/en hollandischen Maler des XVII. Jahrhunderts", dat tussen 1907 en 1928 in

tien delen verscheen. Zijn vele medewerkers kwamen bijna allemaal uit Duitsland,

want Hofstede de Groot bleef op de Duitse wetenschap georiënteerd: grondig,

systematisch, en zakelijk tot in de tiende macht. Het kunstwerk was voor hem „een

praeparaat gelijk elk ander, waarvan de wetenschapsman onbevooroordeeld en

onbewogen de samenstelling en eigenschapen kan vaststellen".^'

De bouwkunst had haar Hofstede de Groot nog niet gevonden. Een overheids-

commissie vervulde de taak die hij voor de schilderkunst verricht had. De „ Voor-

loopige lijst der Nederlandsche monumenten van geschiedenis en kunst"begon in

1908, de aansluitende „Geïllustreerde beschrijving der Nederlandsche monu-

menten van geschiedenis en kunst" in 1912.^^ Registratie en descriptie stonden

voorop. Zonder veel steun van voorbereidende literatuur, en nog onbekend met de

verfijndere hulpmiddelen van later technisch geschoold vernuft, schiepen de sa-

menstellers toch de voorwaarden voor serieuze beoefening van deze wetenschap.

Zo hebben we in vogelvlucht de stand opgenomen van de Nederlandse geschied-

wetenschappen in de eerste jaren van de twintigste eeuw. Helpt het ons ook, te

begrijpen waarom de Vrije Universiteit daar nog geen deel aan had? De historici

van dit geslacht wilden dat de geschiedschrijver een man zou zijn van brede

culturele vorming en goede smaak. Zijn werkmateriaal moest hij zoeken in de

bronnen, vooral de gedrukte. Die waren nu in zo ruime mate voorhanden, dat de

tijd voor synthese gekomen was. Ter wille van het Nederlandse volk moesten de

historici die taak dan ook op zich nemen, en zonder vooringenomenheid het

nationale verleden beschrijven. Of dit alles strookte met de inzichten in gerefor-

meerde kring staat ons thans te onderzoeken.

2. KUYPERS CALVINISTEN EN DE GESCHIEDENIS

Waarom geschiedenis?

Maar op welk niveau moeten wij onze vragen stellen? Tot hiertoe zijn we bezig

geweest met de wetenschap. Ze bleef weliswaar in de regel voor elke belangstel-

lende lezer toegankelijk — pas Oppermann en Posthumus gingen met de rug naar

het publiek staan — maar ze vertegenwoordigde de hoogste graad van vakman-

366

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's

Wetenschap en rekenschap - pagina 372

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's