Wetenschap en rekenschap - pagina 76
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J. V E E N H O F
voordoet, dat de exegeet in strijd komt met de dogmata van zijn kerk, dan moet hij
in de wettige kerkelijke weg zijn bezwaar kenbaar maken.^
Grosheide voert dan het pleit voor wat hij noemt synthetische exegese. Grosheide
bedoelde daarmee niet iets uitzonderlijks „Het is niet anders dan het zoeken van
de eenheid in de veelheid, het vorschen naar het blijvende in het vergankelijke,
naar het groote in het kleine."^'De werkwijze van deze synthetische exegese om-
schrijft hij aldus: „De exegeet begint met analyse. Hij tracht zoo nauwkeurig
mogelijk stap voor stap grammatisch, historisch, psychologisch zijn tekst te ver-
staan. Maar daarbij blijve hij niet. Zoodra hij een grooter of kleiner gedeelte, dat
een afgesloten geheel vormt, aldus analytisch heeft bewerkt, moet hij terugzien en
zich met ernst de vraag stellen, wat wil Gods Geest nu door deze Schriftplaats
zeggen.""
Het gaat in de synthetische exegese dus om een exegese, die de zin van de tekst als
Woord Gods wil blootleggen. In onderscheiding van de puur letterlijke zin van een
zuiver grammaticaal-historische uitleg en van de diepere zin van de allegorische
verklaring noemt Grosheide dit de diepe zin. Deze zin is diep, omdat hij uitgaat
boven de bedoelingen en gedachten van de schrijvers en de eerste lezers. De diepe
zin is de zin, de bedoeling van de Heilige Geest, die de auctor primarius van de
Schrift is."
Grosheide was er zich van bewust, dat de door hem en anderen gekozen speciali-
satie in de exegese een wijziging betekende in het tot dusver bestaande patroon
van de theologie-beoefening. Zelf merkte hij in 1935 daarover op: „Het is een
merkwaardig feit, dat schier bij elke vernieuwing der theologie dogmatiek en
kerkgeschiedenis het eerst en het meest naar voren treden en dat pas daarna de
Schriftverklaring beoefening vindt. Het ligt nu niet op mijn weg naar een verkla-
ring van dit verschijnsel te zoeken. Ik herinner eraan, dat Calvijn zijn Institutie
schreef, lang voor hij zijn commentaren opzette. En ieder weet, dat ook bij de
vernieuwing der Gereformeerde theologie in de negentiende eeuw in ons vader-
land eerst de dogmatiek en de geschiedenis der kerk alle aandacht vroegen, en dat,
al mag niet vergeten, wat reeds vroeger door een man als Van Andel werd gedaan,
een tweede generatie komen moest, eer systematisch en naar streng wetenschap-
pelijke methode de verklaring der Heilige Schrift binnen den kring van het on-
derzoek werd getrokken." ^''
Van het begin van zijn loopbaan af ging het Grosheide om het verstaan van de
boodschap, de „zaak", die in het Nieuwe Testament ter sprake komt. Dat hierin de
invloed doorwerkte van de amsterdamse predikant ds J.C. Sikkel heeft Groshei-
de zelf nadrukkelijk betuigd. Vanwege die zaak heeft Grosheide zich ook na de
inaugurele oratie telkens opnieuw opzettelijk bezonnen op de vooronderstellin-
gen, de werkwijze en de mogelijkheden van de exegese. Daarvan getuigen di-
verse kleinere publicaties, die zich met een aspect van de exegese bezighouden,^'
maar vooral ook zijn boeken over hermeneutiek en canoniek.'^ Daarin vindt men
de voor de gereformeerde exegese zo kenmerkende onderscheiding tussen de on-
72
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's