Wetenschap en rekenschap - pagina 306
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J. R. VAN DE FLIERT
het ontwikkelingsland worden opgeleid om het werk zelf te kunnen doen. De
bijdrage ligt dan vooral op het gebied van het wetenschappelijk onderwijs óf, meer
organisatorisch ook, in het helpen opzetten van universitaire opleidingen en/of
laboratoria. Het onderwijs kan daarbij direct aan studenten gegeven worden of
vooral gericht zijn op de zogenaamde „upgrading" van stafleden van de buiten-
landse universiteiten die de hulp ontvangen.
In sommige gevallen lag het accent op onderzoek door stafleden van de V.U., in
andere meer op het onderwijs. In het algemeen spelen beide vormen een rol,
waarbij bij langer durende projecten het accent — begrijpelijkerwijs — meer naar
de hulp in het onderwijs verschuift.
Overigens is de formulering van opzet en doel van de projecten geen zaak die
eenzijdig door de V.U. — in samenwerking met de NUFFIC — zou kunnen worden
beslist, maar een zaak van een contract tussen universiteiten en regeringen, waar-
bij het ontwikkelingsland zelf minstens zoveel in te brengen heeft als het hulpge-
vende land.
De omvang van het ontwikkelingswerk is in de laatste jaren tot 5% of zelfs meer
van de totale activiteit van het instituut voor aardwetenschappen uitgegroeid en
betreft niet alleen de inzet van docenten en wetenschappelijke medewerkers; ook
de technische en administratieve staf heeft hierin zijn niet te onderschatten aan-
deel. ,
DE AARDWETENSCHAPPEN AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT IN HET KADER
VAN DE ONTWIKKELING VAN HET WETENSCHAPSGEBIED
De aardwetenschappen hebben in hun ontwikkeling van de laatste 20 jaar uiter-
aard deel gehad aan en geprofiteerd van moderne technische ontwikkelingen,
waardoor hoogwaardige analyse- en vergrotingsapparatuur zoals electronen-mi-
cro-analysators en „scanning" electronen-microscopen ter beschikking kwam. Zij
hebben nieuwe mogelijkheden voor onderzoek van gesteenten en mineralen res-
pectievelijk fossielen geopend en daarmee hele nieuwe velden, in het bijzonder
op de microschaal, voor wetenschappelijke analyse ontsloten. Dergelijke zeer
kostbare apparatuur gaat daarmee haast tot de standaard-uitrusting van een
modern geologisch instituut behoren, een uitrusting waarover ook ons instituut
voor aardwetenschappen kan beschikken. De ontwikkeling van dergelijke dure
onderzoekapparatuur (duur in aanschaf, onderhoud en bemanning) vormt be-
grijpelijkerwijze ook één van de oorzaken die tot de concentratie en taakverdeling
binnen de aardwetenschappen hebben geleid.
Daarnaast maken de geologische wetenschappen een ontwikkeling door waarin zij
„exacter" gaan werken. Daarmee wordt bedoeld dat een exacte, mathema-
tisch-fysisch verantwoorde aanpak, waarin naast de kwalitatieve beschrijving ook
300
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's