Wetenschap en rekenschap - pagina 90
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
J VEENHOF
Psalmen. De juistheid van deze kritiek wordt in de vakwereld algemeen aanvaard.
In de serie „Korte Verklaring" leverde hij een nieuwe bewerking van de Psalmen
ter vervanging van de eerste door A. Noordtzij verzorgde editie, die wat al te
summier was uitgevallen. In deze helaas onvoltooide commentaar geeft Ridderbos
de lezer een diep inzicht in het geestelijke klimaat van het liedboek van Israel, niet
het minst door de analyse van allerlei begrippen.
Ridderbos plaatste meermalen kritische kanttekeningen bij de beginselen,
waardoor de voorgaande generatie zich liet leiden. Zo heeft hij in een belangrijke
beschouwing over het Oude Testament en de geschiedenis met de hem eigen
nuchterheid de vraag aan de orde gesteld, of men destijds niet al te gemakkelijk
uitging van de idee van een in kaart te brengen en na te rekenen openbaringsge-
schiedenis. Bij herhaling heeft hij zich voorts met de vragen rondom de inspiratie
en het gezag van de Schrift beziggehouden en daarbij ook de organische conceptie
van Kuyper en Bavinck ter sprake gebracht. In een stelling bij zijn dissertatie vat
hij de voordelen van de organische opvatting aldus samen: „dat door haar het
volle licht erop valt: ten eerste hoezeer de openbaring ingaat in het leven; ten
tweede hoezeer het aanvaarden van de openbaring een zaak van geloof is". En in
de dissertatie zelf verklaart Ridderbos, hoezeer hij er in de loop van zijn onderzoek
van onder indruk kwam „hoe nauw de openbaring zich aansloot bij, of ook: in
overeenstemming was met de voorstellingen, die Israel gemeen had met de om-
liggende volken; aan den anderen kant hoe diep, juist in verband met het vorige,
die openbaring in Israels voorstellingswereld ingreep".^'
In zijn latere uiteenzettingen heeft Ridderbos zich enerzijds bewust geplaatst
binnen de eigen traditie van de V.U. maar er anderzijds steeds naar gestreefd de
ogen open te houden voor feiten, die het onderzoek aan het licht brengt, ook
wanneer deze niet binnen het raam van de voorgegeven zienswijze passen of
schijnen te passen. Het is onbetwistbaar, dat Ridderbos meer dan de voor-
gaande generatie ertoe bereid was de uitkomsten van het litterair-historisch on-
derzoek inzake de teksten en hun geleding te benutten voor het blootleggen van
hun strekking. Zo heeft hij samen met Schippers op zijn eigen voorzichtige en
omzichtige wijze bijgedragen tot een nieuwe bezinning op de Schriftbeschouwing
met alles wat daaraan vastzit. Intussen bewaarde Ridderbos steeds óók zijn zelf-
standigheid tegenover tendenzen, die in het onderzoek van de eigen tijd toon-
aangevend zijn. Zo ontpopte hij zich voortdurend als een behoedzaam kriticus van
vanzelfsprekendheden, vooral als deze het stempel van een bepaalde mode ver-
toonden.
Een typerend staal van zijn benadering van de vragen is zijn studie over Genesis 1.
Ridderbos neemt daarin afstand van de pogingen — zoals die o.a. door H. Bavinck
en Aalders beproefd werden — om Genesis te interpreteren als een beschrijving
van de wording van de wereld in min of meer natuurwetenschappelijke trant. In
onderscheiding daarvan ziet Ridderbos de indeling van de dagen in Genesis 1 als
een kader, dat door een theologische strekking wordt bepaald-'^. In de tijd van haar
verschijning, toen in eigen kring mede naar aanleiding van publicaties van J.
86
È^!£mTbi
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's