Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 225
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
volgen als een kind. mochl hier spreken, waar 'l de godsdienst gold. want die godsdienst
behoorde ook hem toe" "
Wel mocht dit evangelie een geloof voor de zwakken heten! De wrede heer
had genoeg aan de uiterlijke vormen. Troost en priester behoefde hij
gemeenlijk pas in de stervensure. Voor de grote massa stond het anders
geschapen.
„Wat de godsdienst in die tijden voor 't volk was volgt noodwendig uit den toestand,
waarin 't verkeerde Wij zeggen niet teveel als wij dien toestand erbarmelijk heeten Aan
de willekeur en lusten van hun meerdere prijs, was krenking van 't menschelijk gevoel,
wreede mishandeling en vertrapping der dierste rechten hun dagelijksch lot, en de enkele
braven, die tot eere der menschheid met deelden in dien overmoed, vermogen met het
donkere floers te lichten, dat over de daden der hoogere standen in die tijden ligt gespreid
Geen wonder, dat de godsdienst den ongelukkigen alles was Hier vond overheersching en
dwingelandij een einde, hier behoefde hij voor zijn meester niet onder te doen, waar alle
hoop op eerbiediging van zijn goed recht verdween, was de priester dier godsdienst de
goede engel, die door angst 't hart van den wreedaard kon vermurwen, en bovenal die
godsdienst leerde hem een leven kennen, waar de rijke man zou knersetanden en Lazarus
verzadiging vinden in Abraham's schoot Hoe natuurlijk, dat de mnige liefde waarmee die
godsdienst werd beleden, zich ook meedeelde aan alles, wat daarmee zamenhing, zich
overplantte op tempels en bedehuizen, op crucifix en Mariabeeld, vooral ook den priester
dier godsdienst omvatte" "
Dat de godsdienst aan „den armen lijfeigene" geen opium bood, maar als
het ware een voorgerecht van het gastmaal der eeuwigheid, is voor Kuyper
boven alle twijfel verheven. Minder duidelijk is het wat de middeleeuwse
zwoeger van het opperhoofd der kerk, zetelend in het verre Rome te
verwachten had. Kuyper doet deze poging zich in de mentaliteit van de
kleine man te verplaatsen:
„Inderdaad was de pastor van 't kerspel, of hoogstens de bisschop der dioecese. zijn
eenige priester Van een paus te Rome had men geen duidelijk besef, wat aan gene zijde
der Alpen voorviel kwam hun niet ter core Eerst dan. als de pauselijke werkzaamheid zich
onder hunne oogen of althans m hun land openbaarde, werd hun dat geheimzinnige
Rome wat beter bekend Maar juist dat geheimzinnige karakter, waarin Rome voor hen
lag gehuld, terwijl 't toch altijd op godsdienstig gebied zich bewoog, en als kerkelijke
macht zich aankondigde, boezemde hun onbeperkten eerbied en ontzag voor de bis-
schoppen van Rome in Elk verzet tegen den paus. waar 't zich openbaarde, scheen hun
godsdienst in gevaar te brengen, schokte hun onbestemd gevoel van ontzag voor den
hoogen kerkvorst, en lokte een bittere klacht uit hun gemoed En van den anderen kant
gaven zij blindehngs hun bijval aan alles, wat Rome deed, en waren gestemd, om wat 't
ook doen zou, als wel gedaan te beschouwen "
Een paus als Nicolaas I wist van dergelijke gevoelens in ruime mate partij
te trekken om zijn gezag overal te doen gelden en zijn invloedssfeer gestaag
uit te breiden. Met die hiërarchische tendens is Kuyper niet gelukkig. Hij
besluit deze passage over de alleszins verklaarbare roomsgezindheid van
de lijfeigenen met de woorden:
„En mogen we verwachten, dat waar vnje burgers woonden, reeds in kiem die meer
zuivere en vrije begrippen werden gevonden, die eens zoo heerlijk zouden ontluiken, dan
was toch hun stem nog te zwak, hun aantal nog te gering om reeds merkbaar invloed op
den gang der meening te kunnen uitoefenen" ^*
209
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's