Wetenschap en rekenschap - pagina 522
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
C S A N D E R S / L K A EISENGA
De psycholoog kan dan niet zonder meer in een bedrijf een onderzoek aanvangen
maar moet eerst een referentie-kader bieden, waarbinnen zijn onderzoek, en dus
de vragen, die hij de ondervraagden zal stellen voor de betrokkenen zinvol en
aanvaardbaar worden. In zo'n referentiekader zullen hun evaluaties en motieven
een rol spelen
Binnen dat referentiekader „kan het onderzoek volgens de regels van de kunst
verlopen" De uitkomsten zullen echter niet zonder meer generaliseerbaar zijn
„t g V specifieke subcultureel-histonsche condities waaronder het onderzoek in de
betreffende organisatie tot stand gekomen is, en uitgevoerd" (o c , p 252)
Op basis van de resultaten uit de experimentele sociale psychologie komt Boeke-
stijn tot verwante conclusies Weliswaar erkent hij dat men via de experimentele
werkwijze fundamentele psychische processen op het spoor kan komen, maar hij
wijst er tevens op dat de gedragingen van de proefpersonen i vele gevallen niet
begrepen kunnen worden als men geen kennis heeft van de cognitieve represen-
taties die bij hen van de experimentele situaties bestaan Deze representaties
kunnen sterk beïnvloed worden door de (sub)culturele bagage van de proefper-
sonen en door de posities die zij in de samenleving innemen
Intermezzo: terug naar de controverse Wijngaarden-Fokkema uit het begin van de
jaren zestig
Men kan het in de laatste alinea opgemerkte over de generaliseerbaarheid van
onderzoeksresultaten als een verdere nuancering van het standpunt van Fokkema
zien In feite erkent hij hier dat althans op sommige terreinen van de psychologie
referentiekaders de geldigheid van de resultaten van wetenschappelijk onderzoek
begrenzen Terugkerend naar zijn controverse met Wijngaarden uit het begin van
de jaren zestig, kan men zich thans afvragen of de oplossing daarvan niet hierin ligt
dat het bestaan van de genoemde referentiekaders van invloed is op het bereiken
van onproblematische basisuitspraken Op sommige gebieden van de functieleer
(met name die waar het onderzoek zich op de „eerste natuur" richt) is dat relatief
eenvoudiger dan op die van persoonlijkheidsleer en psychotherapie Juist omdat
op die gebieden van de functieleer niet het totaal van de gedragsmogelijkheden
van het individu centraal staat, maar de voorwaarden die deze gedragingen mo-
gelijk maken (i c „de eerste natuur") kan daar de situatie waarin het gedrag
bestudeerd wordt, zodanig ingericht worden dat de voor het organisme zinvolle
context grotendeels geëlimineerd of onder controle gehouden kan worden Dit
betekent natuurlijk met, zoals Fokkema destijds ook zelf aangaf, dat op deze
gebieden levensbeschouwelijke momenten buitengesloten kunnen worden, maar
wel dat het relatief gezien eenvoudiger is deze binnen de wetenschappelijke
activiteit in engere zin tussen haakjes te zetten, zodat met wereldbeschouwelijk
andersdenkenden overeenstemming bereikt kan worden over basisuitspraken.
Maar op het terrein van de persoonlijkheidsleer kan van een dergelijk tussen
516
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's