Wetenschap en rekenschap - pagina 515
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
DE PSYCHOLOGIE AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT
een activiteit die hoogstens nuttig is voor het beproeven van de innerlijke consi-
stentie van een theorie. Feyerabend — een aan Kuhn verwant denker — die een
extreem idealistisch standpunt heeft ingenomen en dat fundeert in de Hegeliaanse
dialectiek, propageert zelfs een „anarchistische methodologie" waarin regels van
de heersende methodologie doelbewust moeten worden overtreden teneinde
vooruitgang te boeken. In dat denken is de hypothetico-deductieve methode
geheel ontkracht.
De „context of discovery" prevaleert eveneens in het denken van Holzkamp
(1972). In het begin van de jaren zeventig prijst hij het „exhaurieren" van theo-
rieën aan. Dat is een strategie waarin tegenvoorbeelden niet primair aangewend
worden om een theorie te falsifiëren, maar waarbij de zaken omgedraaid worden:
eerst moet de juistheid van de tegenvoorbeelden in twijfel getrokken worden. Pas
als het niet lukt de werkelijkheid naar de theorie te zetten raakt een theorie
„belast". Eerst als de „belastingsgraad" te hoog wordt zal de theorie verlaten
moeten worden.
Wat kunnen deze beschouwingen bijdragen tot het bewust maken van de metho-
dologische konsekwenties van de cognitieve psychologie? Als wij ons louter tot de
paradigma-theorie beperken en de idealistische tendenties van het besproken
werk voorlopig laten voor wat ze zijn (zie daarvoor 3.2), dan kan gezegd worden
dat de directe methodologische implicaties voor wetenschappen als de natuur-
kunde, de bio-wetenschappen en zelfs de psychologie voorzover zij studie maakt
van overwegend re-actief gedrag (reflexmatig gedrag, gewoonten e.d.) niet zo
groot zijn. Hangt men het kritisch-rationalisme van Popper aan, dan bezit men een
wetenschapstheoretisch uitgangspunt waar men in tijden van „normal science"
(Kuhn) goed mee uit de voeten kan. De erkenning dat onze wetenschappelijke
kennis binnenparadigmatisch is, strijdt niet met de opvattingen van Popper.
De zaken komen echter anders te liggen indien men menselijk gedrag gaat bestu-
deren dat een duidelijke cognitieve planning verraadt. In de natuurkunde kan men
het gedrag van fysische lichamen in relatief theorie-neutrale termen beschrijven.
Die descripties zijn intersubjectief aanvaardbaar en derhalve „onproblematisch".
De reden dat dit mogelijk is ligt in het feit dat het om gedrag gaat dat zich slechts
afspeelt in het hier en nu. Dat is echter anders bij het typisch menselijk cognitief
gedrag. Dat gedrag is intentioneel, hetgeen inhoudt dat wij bij gedragsobservaties
te maken krijgen met handelingen die een interpretatie van het organisme van de
momentane situatie waarin het verkeert impliceren en die verricht worden met het
oog op door het organisme verwachte en/of actief nagestreefde, maar niet nood-
zakelijke toekomstige ontwikkelingen.
Veel sterker dan bij de natuurkundige gedragsbeschrijvingen zijn voor descripties
van dat soort menselijk gedrag interpretaties noodzakelijk die de onderzoeker op
grond van zijn eigen mensvisie en theoretische/methodologisch denkraam maakt.
Waar de zaken zo liggen dient men zich in zijn wetenschapsbeoefening voortdu-
rend zo bewust mogelijk te zijn binnen welk referentiekader men werkt en zal men
zich voortdurend rekenschap moeten geven van de argumenten die men voor zijn
509
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's