Wetenschap en rekenschap - pagina 451
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
HOOFDSTUK XIII
SOCIOLOGIE, NEDERLAND EN DE
VRIJE UNIVERSITEIT
G. Kuiper Hzn
INLEIDING
De bedoeling van dit boek is „de wetenschapsbeoefening binnen de Vrije Uni-
versiteit gedurende de periode tussen 1880 en 1980 te schetsen, gezien tegen de
achtergrond van de ontwikkeling der wetenschapsbeoefening in het algemeen op
de terreinen die ter sprake zullen komen". We kunnen ook zeggen de beoefening
van de sociaal-culturele wetenschappen gedurende de periode tussen 1950 en 1980
(want vóór 1950 werden ze als zodanig aan de V.U. niet beoefend) tegen de
achtergrond van haar ontwikkeling in het algemeen. In feite zal ik mij als socioloog
goeddeels beperken tot dit vak, omdat ik onvoldoende „vakman" ben om zulks
voor de politicologie en de culturele antropologie te doen en een te wankelend
geloof heb in de mogelijkheid een voldoende boeiend artikel te schrijven met meer
mensen samen.
De opzet zal zo zijn dat de algemene ontwikkelingslijn beschreven zal worden in
samenhang met de ontwikkeling in Nederland, verdeeld over drie perioden: tot
1950; 1950 - 1965, einde van de sociografische periode; 1965 - 1980. Vervolgens zal
aandacht geschonken worden aan de plaats van de V.U., die tot 1950 volstrekt
buiten de „main stream" stond; 1950 tot 1965 de opbouwperiode van de opleiding
en van het onderzoek; 1965 tot 1980 toen de opleiding gewijzigd werd, evenals de
plaats van het onderzoek. Ten aanzien van de eerste periode zal aandacht worden
besteed aan de vraag hoe het kwam dat in die tijd toen er nog geen volledige
subsidiëring was wel een relatief dure opleiding als de biologische kwam en niet de
goedkope van de culturele antropologie, politicologie en sociologie. Hierna richt
zich onze aandacht op de vraag in hoeverre er nu sprake is geweest van christelijke
sociologiebeoefening. In de laatste periode is allerwege als zeer belangrijk naar
voren gekomen de maatschappelijke betekenis van de sociologiebeoefening etc,
haar te grote pretenties en de te hoge verwachtingen die men van haar heeft gehad.
De teleurstelling die de „praktijk" ervoer (Meijertheorema), de betekenis van het
paradigmatisme, de klachten over de universitaire sociologiebeoefening en de
vraag of de sociologen geen kansen hebben laten voorbijgaan. Waar ligt de
maatschappelijke bruikbaarheid van de sociologen eigenlijk? En hoe moeten we
nu verder?
445
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's