Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Wetenschap en rekenschap - pagina 345

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wetenschap en rekenschap - pagina 345

Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980

2 minuten leestijd

A L G E M E N E TAALWETENSCHAP AAN DE VRIJE UNIVERSITEIT

Hiermee is het terrein van de psycholinguïstiek, ja ook dat van de linguïstiek,

verlaten, want, „Die vraag" — zegt Woltjer terecht — ,,beantwoordt geen weten-

schap, maar geloof of ongeloof'. Woltjer vindt dan ook maar één antwoord, en

daarmee besluit hij zijn rede:

"het woord des menschen is alleen daardoor te verklaren, dat hij is van Gods geslacht,

geschapen naar het beeld van Hem, bij wien het woord was, eer het als scheppingswoord

aller dingen zijn en wezen bepaalde; die door het Woord verlicht een iegelijk mensch . . .;

die Zijn woord legt in den mond van profeten en apostelen, en als geschreven woord doel

blijven tot aan het einde der eeuwen" (p. 61).

R. H. WOLTJER

Inmiddels was Woltjers zoon, R.H. Woltjer, nog nauwelijks gepromoveerd en 26

jaar oud, in 1904 zijn vaders collega geworden met als leeropdracht het Grieks,

Griekse geschiedenis, antiquiteiten en paleografie. Aan het einde van zijn inau-

gurele oratie over Het mystiek-religieuze element in de Grieksche philologie"

spreekt hij zijn vader toe in een stijl die zozeer verschilt van wat iemand onder

gelijke omstandigheden thans, slechts 75 jaar later, zou zeggen, dat de passage

alleen daarom reeds taalkundig interessant en het citeren waard is:

„Mijn Vader! Gun Uw zoon een enkel woord. Nauw de helft van eenjaar geleden stond hij

hier als Uw scheidende leerling, thans ziet hem dezelfde plaats als Uw jongsten ambtge-

noot. Maar het zij leerling, het zij ambtgenoot, hij is toch Uw zoon. En zoo kan hij dan den

dank en de liefde van zijn hart op deze plaats niet beter vertolken, dan door de bede: laat

mij voor U ook als Uw collega, toch steeds bovenal Uw zoon mogen blijven. Ik weet het. Gij

verheugt U in mijne benoeming: niet wijl daardoor Uw last verlicht zou worden; want

steeds hebt Gij den arbeid begeerd en gezocht. . . Neen. Ge verheugt U. wijl uitbreiding

Uwer Faculteit zoo zeer gewenscht is voor de Hoogeschool, die de liefde heeft van Uw hart.

Zoo weet ik dan niet beter u mijn dank te bewijzen dan door steeds gedachtig te zijn. dat ik

hoog heb te houden niet slechts mijn eigen naam, maar den driedubbelen eerenaam van

Uw zoon. Uw leerling. Uw ambtgenoot.'''

Na het overlijden van zijn vader in 1917 verzorgde deze zoon tijdelijk grotendeels

ook diens onderwijs, maar in 1924 kwam daarin verlichting door de benoeming

van een briljante jonge geleerde — de linguist-filosoof H.J. Pos, alumnus van de

Vrije Universiteit.

339

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's

Wetenschap en rekenschap - pagina 345

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980

Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's