Wetenschap en rekenschap - pagina 480
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
G. KUIPER HZN
Toch heeft het onderzoek van de afdelingen die relatief ongestoord konden werken
ook buiten de universiteit aandacht getrokken; te noemen ware hier het werk van
de hoogleraar H.J. van Zuthem en de zijnen met betrekking tot ondernemingsde-
mocratisering. Voor het overige is de Vrije Universiteit in dit opzicht een afspie-
geling geweest van wat aan alle universiteiten gebeurde. Hoewel misschien som-
migen anders zouden hebben verwacht is de sociologieontwikkeling in Nederland
vooral een aangelegenheid van personen geweest, niet van afdelingen, groepen,
commissies, raden, vakgroepen, subfaculteiten enzoverder.
WAT IS DE SOCIOLOGIE WAARD? WAT DE SOCIOLOGEN? HET
MEIJERTHEOREMA
De laatste jaren vindt er enige herbeziening plaats die overigens nog niet geleid
heeft tot heroriëntering. In Nederland deed Goudsblom een verdienstelijke po-
ging, waarin hij de pretenties, de problemen van precisie, van systematiek, van
reikwijdte, relevantie en identificatie van de sociologie als uitgangspunten nam.^'
Het lijkt hier de juiste gelegenheid aan plaats en betekenis van sociologie en
sociologen aandacht te schenken. Er is heel wat literatuur verschenen waaruit de
onvrede met sociologie en sociologen blijkt. En de titels liegen er niet om; De
samenleving als oplichterij, De nieuwe vrijgestelden. Die Arbeit tun die anderen.
Sociology for what? Whose side are we on? Maar er zijn ook rustiger titels, zoals
die van de geschriften van A.J.F. Köbben, die zich veel moeite gegeven heeft de
bovengenoemde problemen zo objectief mogelijk te bekijken. Een hoogtepunt (of
dieptepunt?) bereikte de „soziologische Selbsthasz" in de feestrede (!) van de
toenmalige staatssecretaris van C.R.M., W. Meijer. Zijn stelhng „De sociologie
schiet én als wetenschap én als bron van maatschappelijke invloed aanmerkelijk
tekort omdat zij niet of nauwelijks bereid is zich diepgaand met beleidsproblemen
bezig te houden . . . de gangbare onderzoeksmethoden — massale vragenlijsten-
onderzoek — zijn weinig toegesneden op de kernproblemen waar het beleid van
alledag en overmorgen mee te maken heeft"." Eenjaar daarvoor had R. Laterveer
van het Bureau Onderzoek en Voorbereiding van de Industriebond N.V.V. op het
congres „Universiteit en Vakbeweging" (Het Parool 19-3-1975) gezegd: „De kas-
ten puilen uit van de analyses die op zichzelf wel nuttig zijn, maar de stapels zijn
nu hoog genoeg. Wij stikken in de beschrijvingen van het functioneren van het
bedrijvenwerk. De kritiek kan ik best onderschrijven. Voor stakingen geldt het-
zelfde. Maar het wordt aan de vakbeweging overgelaten om uit die analyses tot een
concreet beleid te komen, om het bedrijvenwerk te verbeteren. Hoe een staking
moet worden georganiseerd blijft in het duister, en ik heb het idee dat dat ook geldt
voor de onderzoekers zelf'. Twee mensen op belangrijke posten zeggen derhalve:
ik heb niets aan sociologen. In zijn rede voor de Nederlandse Sociologische en
474
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's