Wetenschap en rekenschap - pagina 437
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
E C O N O M I E OP WEG
behoort waarvan de wetenschap kan uitgaan. Maar theoretisch is er niets op tegen
om de mens als een volmaakt altruïstisch wezen op te vatten.
Volgens Ridder behoort tot de taak van de wetenschap: het opsporen van Gods
ordinantiën, het nagaan en het formuleren van deze geboden. Maar als men zich
afvraagt wat deze normativiteit in concreto inhoudt voor de theoretische economie
is de oogst maar schraal. In overeenstemming met de moderne methodologie stelt
Ridder in het artikel Geloof als datum dat de theoretische economie klaar is met de
verklaring van een verschijnsel „wanneer zij dat verschijnsel tot aan de economi-
sche data heeft verklaard'".
Ridder verwijt de gangbare wetenschap dat deze het geloof niet als datum aan-
neemt. Verder stelt Ridder dat de gangbare wetenschap de data theoretisch als
gegeven aanneemt, terwijl „zij in feite aan velerlei veranderingen onderhevig
zijn"l
Nu is dit laatste duidelijk een misvatting. Volgens de wetenschapsleer mogen de
data best veranderen, maar deze veranderingen zelf worden door de theorie niet
als probleem aanvaard. Op zichzelf behoeft er niet zo moeilijk te worden gedaan
over de grens die door de data wordt getrokken.
Het geloof drukt zich uit in het preferentie-schema van de consument en „mis-
schien" in de strategie van de ondernemer. Juist in de moderne waardevrije
economie wordt de invloed van het geloof van groot belang geacht. Maar de
wetenschap der economie vraagt zich niet af of veranderingen in het geloof soms
worden veroorzaakt door veranderingen in het economisch proces.
Zo gezien behelst het voorstel voor een normatieve economie niet veel meer dan de
uitwerking van de stelling dat de handelende mens niet onder één noemer kan
worden gevat. De mens heeft meer dan één doelstelling.
Hieruit volgen dan suggesties omtrent het gedrag van de mensen en aanwijzingen
voor de inrichting van een economische orde. Niet zozeer bezwaren tegen de
logica van de positivistische economie, maar tegen het mensbeeld dat in deze
economie opgeld doet.
Dit alles blijft binnen het kader van de economische wetenschap als mensweten-
schap. De vooronderstelde relatie tussen mensen en goederen wordt op zijn me-
rites beoordeeld en de inhoud van deze relaties alleen maar anders geformuleerd
dan in de waardevrije opvatting.
Een diepere uitwerking van de normatieve visie vindt men bij Van der Kooy die
meent te moeten breken met het traditioneel paradigma'.
In zijn tijd als actief hoogleraar in de economische wetenschappen aan de Vrije
Universiteit heeft Van der Kooy zich zeer beijverd om de gedachte van een
waardegebonden economie ingang te doen vinden. Men kan de centrale gedachte
van Van der Kooy als volgt weergeven, dat de zin van het economische bestaat uit
„God te dienen door zorgvuldige besteding der middelen uit het arsenaal der
schepping, waarvan het beheer aan de mens is toevertrouwd"'".
Ook hier gaat het om een normativiteit ten aanzien van het menselijk handelen en
een waardegebonden economische wetenschap zal als het ware moeten demon-
431
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's