Wetenschap en rekenschap - pagina 202
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H. L. LANGEVOORT
Wat Metz hier aanduidt met „de zijnsverandering van de mens tot levende ziel" is
eigenlijk hetzelfde als de „wedergeboorte tijdens het leven", waarvan De Vries
spreekt. Ook hier blijkt, dat men vanuit verschillende uitgangspunten toch tot
eenzelfde visie kan komen op wat wezenlijk is voor de mens in de geneeskunde en
ook voor het leven van de mens in het algemeen.
Het zijn vooral klinici geweest, die zich hebben beziggehouden met vragen over
geloof en geneeskunde. Zij zijn het ook in wier handelen de geneeskunde met de
zieke mens in contact komt. Op de vragen waarom het hierbij gaat, hebben zij een
persoonlijk antwoord gegeven. Ook in de faculteitsraad van de faculteit der ge-
neeskunde is enkele malen gesproken over de wijze, waarop de doelstelling van de
Universiteit in onderwijs en wetenschapsbeoefening tot uitdrukking zou kunnen
komen. Aanleiding hiertoe was een nota van de Universitaire werkgroep „Doel-
stellingen" (maart 1976). Een door de raad ingestelde adviescommissie gaf de
aanbeveling om op facultair niveau de doelstelling te concretiseren door het
ontwikkelen van een christelijke visie op een aantal zaken als eugenetica, eutha-
nasie, abortus; prioriteiten in de volksgezondheid (hartchirurgie, niertransplanta-
ties, eerstelijns-gezondheidszorg); benadering van de totale mens in plaats van een
voornamelijk somatische benadering; ontmenselijking van de geneeskunde, me-
disch-technisch kunnen; automatisering in de geneeskunde; ontwikkeling van
andere dan socio-economische maatstaven bij de bepaling van de waarde van het
leven; benadering van de ontwrichte mens (bijvoorbeeld alcoholist, drugver-
slaafde).
De geneeskunde zoals zij bij de Vrije Universiteit wordt beoefend, bevindt zich
nog steeds in het spanningsveld tussen Abraham Kuyper en Lucas Lindeboom,
tussen de mens „naar zijn somatische zijde" en de mens „naar Gods beeld ge-
maakt: stof en geest in harmonie verenigd." De geneeskunde van de Vrije Uni-
versiteit neemt daarmee geen uitzonderingspositie in. Het is de geneeskunde als
zodanig die zich in dat spanningsveld bevindt. Evenals een halve eeuw geleden is
er ook nu een toenemende stroom van kritiek op wat de geneeskunde is en doet.
De kritiek betreft verschillende aspecten van de geneeskunde, maar zij heeft steeds
ook verband met de bedreiging die de moderne, natuurwetenschappelijke en
technologische geneeskunde voor de mens vormt. Gedurende de laatste jaren zijn
doelstellingen en uitgangspunten van de geneeskunde in tal van publicaties^'
kritisch onderzocht. De grote belangstelling voor alternatieve vormen van ge-
neeskunde is een duidelijk symptoom van het te kortschieten van de officiële
geneeskunde. De behoefte aan een filosofie van de geneeskunde wordt steeds
sterker gevoeld.
Dat de medische wetenschap thans inderdaad „tot een helder zelfbewustzijn"'
begint te komen en bezig is aan een filosofie van de geneeskunde, blijkt uit de
oprichting in 1976 van het tijdschrift The Journal of Medicine and Philosophy.
In het eerste nummer noemt de internist Pellegrino'" een aantal vragen uit
198
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's