Wetenschap en rekenschap - pagina 164
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
M KUILMAN
den. In dit geschrift wordt de aandacht van de plaatselijke overheden gevraagd
voor de verbetering van de krankzinnigengestichten, In navolging van de opvat-
tingen van Schroeder van der Kolk wordt de mening uitgesproken dat die ge-
stichten meer aandacht dienen te schenken aan de genezing van hun patiënten —
en dus aan het ontslag uit de inrichting — en dat zij zich minder dienen te richten
op de bewaring, c.q. het chronisch verblijf. Deze circulaire weerspiegelt de opti-
mistische visie van Schroeder van der Kolk ten aanzien van de therapeutische
vooruitzichten in de psychiatrie. Maar voor de beoefening van de psychiatrie is
vakmanschap vereist en daarom wordt nadrukkelijk gewezen op de noodzaak van
een goede opleiding voor de geneeskundige. Zowel kwalitatief als numeriek liet de
toenmalige situatie veel te wensen over.
De nieuwe wetgeving in 1841 zou zonder effect blijven bij ontbreken van controle
op de uitvoering. Daartoe wordt in hetzelfde jaar het staatstoezicht op de krank-
zinnigen ingesteld. In 1842 worden Schroeder van der Kolk en Feith benoemd tot
inspecteur en in die hoedanigheid belast met het toezicht. Daarmee was tevens een
begin gemaakt met de integratie van de uiteenlopende strategieën met betrekking
tot organisatie, bestuur, beheer, behandeling, opleiding en financiering binnen de
diverse gestichten. Wat de aard van de behandeling betreft viel het accent meer en
meer op de strikt medisch-biologische benadering. Het „Handboek van de Pa-
thologie en Therapie der Krankzinnigheid", geschreven door Schroeder van der
Kolk en een jaar na zijn dood uitgegeven, geeft een uitstekende indruk van de
toenmalige stand van zaken met betrekking tot de wetenschappelijke uitgangs-
punten en hun klinische toepassing. Opmerkelijk is de royale aandacht die de
auteur schenkt aan de fysiologische anatomie van de hersenen. Ook in zijn be-
schouwingen over de klinische verschijningsvormen — de idiopathische en de
symptomatische krankzinnigheid — komt de voorkeur voor een medisch-biologi-
sche benadering tot uiting. Schroeder van der Kolk erkent weliswaar het empirisch
dualisme van de psycho-somatische wisselwerking, maar hij spreekt zich in zijn
opvatting over de therapie ondubbelzinnig uit voor het primaat van wat wij
tegenwoordig het medisch model zouden noemen. Ik citeer in dit verband van der
Esch: „Krankzinnigheid heeft haar bron in lichamelijke afwijkingen. Dè invloed
van het lichaam op de ziel is groot, maar ook omgekeerd die van de ziel op het
lichaam. De arts heeft hier dus het voordeel de behandeling van twee kanten te
kunnen aanvatten. Meestal moet echter de geneeskundige behandeling vooraf-
gaan aan de psychische behandeling. Kennis van de anatomie en physiologic zijn
hierbij onmisbaar.".
Toch is hiermee de feitelijke situatie zonder voldoende nuancering geschetst. Zo
werd — om maar een voorbeeld te geven — omstreeks diezelfde tijd door de
geneesheren van het in 1849 opgerichte „Meerenberg" een warm pleidooi gevoerd
voor de „moral treatment" en het principe van de „no restraint". In dat verband
wordt door de voorstanders van deze therapeutische benaderingswijzen het belang
onderstreept van het organiseren van godsdienstoefeningen, bijbellezingen en
zedekundige voorlezingen ten behoeve van de patiënten.
160
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's