Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 133
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
mogelijk is dan uit de formele organisatie blijkt. Toch mag het spannings-
veld tussen de formele regelingen en de bestaande praktijk niet te hoog
worden opgevoerd. Wil volledig recht gedaan worden aan de coöperatieve
medezeggenschap van de medewerkenden dan dient uiteindelijk ook het
formele kader hiertoe de nodige speelruimte te bieden. De vormen van
werkoverleg en medezeggenschap in formele zin — met name het verte-
genwoordigend indirect overleg — kunnen alleen goed functioneren wan-
neer ook in de informele organisatie het (directe) werkoverleg goed werkt.
In vèrontwikkelde werkoverlegsituaties in de informele sfeer is deze stel-
ling omkeerbaar: het directe werkoverleg is eerst dan functioneel wanneer
het uitmondt in een gereglementeerde formele overlegstructuur. In ieder
geval dient — wil men conflictsituaties vermijden — het formele organisa-
torische kader op zijn minst medezeggenschapsvriendelijk te zijn. Dit be-
treft niet alleen de stijl van leidinggeven, maar ook, met name voor grotere
organisaties, het reglementeren van indirect, vertegenwoordigend overleg.
Minder gewenst is het om het directe werkoverleg nauwgezet te regle-
menteren, omdat deze vorm van werkoverleg heel nauwkeurig afgestemd
dient te worden op de plaatselijke situatie. Voor de VU-bibliotheek is
daarom noch in het bestuursreglement noch in het bibliotheekreglement
dit directe werkoverleg nader gereglementeerd.
Ontwikkeling van de bibliotheek na 1960
De laatste twintig jaar heeft de VU-bibhotheek een relatief sterke groei
doorgemaakt. In deze periode steeg het jaarlijks collectiebudget van
ƒ 166.000,— naar ƒ 2.600.000,—, en de personeelsformatie van nog geen 10
naar ongeveer 120. Dit betekende dat de bibliotheek in deze periode als het
ware in een voortdurend proces van reorganisatie verkeerde. Dit reorga-
nisatieproces begon met een definitieve keus voor een centrale organisatie.
In het bouwkundig programma van eisen van 1961 voor de bouw van de
bibliotheek op de ene campus werd tevens als doel genoemd het opnemen
van alle tot dusver ontwikkelde instituuts- en faculteitsbibliotheken in één
centrale bibliotheek, overigens niet in alle consequentie: voorzien werd in
een medische bibliotheek, een bibliotheek voor wiskunde en natuurwe-
tenschappen en, met een misleidende naam, een centrale bibliotheek voor
de overige faculteiten. In feite was hier sprake van een dubbele centrali-
satie: eerst die binnen de drie hoofdafdelingen elk, vervolgens de realise-
ring van een centrale beheers- en bestuursvorm voor de gehele bibliotheek.
Eerst in de jaren zeventig, nadat ook de alfa- en gammabibliotheken een
zelfstandige organisatie- en bestuursvorm hadden gekregen en de bètabi-
bliotheek tot ontwikkeling was gebracht, kon een eenheid van beheer en
bestuur worden verkregen die berustte op een evenwicht tussen decentra-
hsatie — blijkend uit een grote mate van zelfstandigheid van de hoofdaf-
delingen — en centralisatie, tot uiting komend in een gelijkwaardig aandeel
van die hoofdafdelingen in de bestuursvorm van de gehele bibhotheek.
117
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's