Wetenschap en rekenschap - pagina 335
Een eeuw wetenschapsbeoefening en wetenschapsbeschouwing aan de Vrije Universiteit 1880-1980
H O N D E R D JAAR KLASSIEKE F I L O L O G I E IN DE VRIJE U N I V E R S I T E I T
van antieke teksten. De onmisbare generalisering die dit met zich mee brengt is
stellig een voordeel.
Hierbij moeten twee opmerkingen gemaakt worden. De generalisering houdt in
dat de griekse, respectievelijk latijnse, literatuur er één wordt onder vele. Daar is
niets op tegen. De meeste classici zouden, denk ik, het epitheton „klassieke" in de
naam van hun studievak wel willen missen: het roept al te gemakkelijk het
misverstand op dat daarmee een rangorde aangeduid wordt (zoals vroeger veelal
het geval geweest is). Ze hebben te maken met geweldige teksten, die het zonder
etiket kunnen stellen, maar even goed met banale, waaraan door dat etiket on-
verdiende glans verleend wordt.
In het kader van de algemene literatuurwetenschap fungeert de klassieke filologie
vooral in de boven aangegeven beperkte zin. Toch zal ze, zo nodig tegen bepaalde
tendenties van de huidige literatuurwetenschap in, óók willen blijven optreden als
onderdeel van de „wetenschap der oudheid", waarin filologie, geschiedenis, ar-
cheologie etc. over en weer eikaars hulpwetenschappen zijn. De generalisering kan
nog verder gaan, en dan doemt voor de klassieke filologie een gevaar op. Wanneer
ze één der „sciences humaines" wordt, kan men haar teksten gebruiken om
menselijk gedrag (in de taal of in ander verband) te illustreren — daarvoor kan
men ook elders teksten vinden. Maar de klassieke filologie zal nooit haar verant-
woordelijkheid op willen geven voor het bewaren en verklaren van zeer bepaalde
teksten van exceptioneel belang.
„WETENSCHAPPELIJKHEID"
Met deze beschouwing zijn we al getreden buiten wat hier min of meer beoogd
was, een soort boedelbeschrijving. Wat nu volgt raakt er nog verder buiten; toch
kan ik niet nalaten het toe te voegen. In de huidige algemene literatuurwetenschap
menen velen te moeten streven naar „wetenschappelijkheid" in de interpretatie,
die ze dan opvatten als „exactheid" (zonder zich voldoende af te vragen wat in het
gegeven geval precies exact mag heten). Nu heeft de klassieke filologie niet zonder
goede grond vroeger voor andere wetenschappen als model gediend. Ze heeft
technieken en methoden ontwikkeld die aan de strengste eisen van wetenschap-
pelijkheid voldoen. Maar in haar allerbinnenste kern, de interpretatie, blijft altijd
een moment van divinatie.
Dit houdt niet in dat deze divinatie zich kan onttrekken aan de steeds geboden
reflectie. Aan bezinning op haar werk heeft het in onze sectie niet ontbroken (en
daarbij denke men niet aan het vanzelfsprekende denken over de gebruikte me-
thoden — dat hoort bij de techniek van het vak). J. Woltjer is voortdurend met
bezinning op het filologisch bedrijf vervuld geweest: verscheiden van zijn oraties
getuigen ervan. De werkcolleges van Pos over hermeneutiek hebben een blijvende
329
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 602 Pagina's