Een vrije universiteitsbibliotheek - pagina 134
Studies over verleden, bezit en heden van de bibliotheek der Vrije Universiteit
Een moeilijkheid die hierbij overwonnen moest worden was de verhou-
ding van de bibliotheek tot de faculteiten, en wel met name die faculteiten
die vanouds een groot aandeel hadden gehad in het beheer van hun
faculteitsbibliotheek. Er bestond wel een universitaire bibliotheekcom-
missie, maar deze had te weinig gezag om de belangen van de faculteiten
tegenover de bibliotheek te behartigen. Toch, ondanks alle moedige en
overmoedige pogingen van de kant van de bibliotheek om haar eigen
(wetenschappelijke) autonomie te benadrukken, moest er recht gedaan
worden aan het dienstverlenend karakter van de bibliotheek. Werkelijk
goede overlegorganen op facultair niveau, waarin ieders competentie
nauwkeurig was omschreven, ontbraken echter in de meeste gevallen. Dat
dit niet tot conflictsituaties tussen faculteiten en de centrale bibliotheek
heeft geleid is te danken aan de zelfstandige brugfunctie van de weten-
schappelijke bibliotheekmedewerker en zijn afdehng. Hij vormde als be-
heerder van de afdelingsbibliotheek voor het verwerven en ontsluiten van
de collectie de schakel tussen faculteit en bibliotheek.
In de jaren zestig werd de wetenschappelijke staf sterk uitgebreid.
Hiermee werd het probleem actueel welke plaats dit wetenschappelijk
personeel had binnen de organisatie van de bibliotheek. Een oplossing
werd vooral bemoeilijkt doordat lang, al te lang, vastgehouden werd aan de
theorie van de lijn-staforganisatie. Omdat de wetenschappelijke biblio-
theekmedewerkers moeilijk inpasbaar waren in een stringente hiërarchi-
sche lijnorganisatie, leek binnen een dergelijk organisatiemodel voor hen
uitsluitend een staffunctie te zijn weggelegd. Duidelijk vindt men deze
opvatting verwoord in het artikel dat het toenmahge Hoofd van de interne
dienst G. de Vries in het tijdschrift Open publiceerde.^ In deze gedachten-
gang ging men echter voorbij aan de praktijk, waarin de w.b.m. tevens
bestuurder, nl. hoofd van de afdelingsbibliotheek, is en waarin biblio-
theektaken niet stringent te scheiden zijn in wetenschappelijke en biblio-
theektechnische taken. Een oplossing die uitging van de werkelijke func-
tionele plaats van de wetenschappelijk bibhotheekmedewerker werd pas in
een later stadium van de bestuurlijke ontwikkeling aanvaard.
Een ander probleem vormde de besluitvorming: met name in de jaren
1968-1972 bleek de beshssingsprocedure binnen de bibliotheek moeilijk-
heden op te leveren, omdat de bevoegdheden van de adviserende colleges
niet duidelijk waren omschreven. Die colleges bestonden toen uit de
Hoofden van Dienst — een losvaste bijeenkomst van belangrijke, voorna-
melijk bibliotheektechnische functionarissen —, de Wetenschappelijke
staf, en — als vrucht van de democratiseringsbeweging — de Bibliotheek-
raad. Zo'n situatie biedt natuurlijk alle mogelijkheden voor een praktisch
en doeltreffend verdeel-en-heers optreden van de leiding. Echter ook bin-
nen de leiding, destijds uitgeoefend door de bibliothecaris, de plaatsver-
vangend bibhothecaris en het Hoofd interne dienst, waren de onderlinge
bevoegdheden niet voldoende omschreven. Het enige dat onomstotelijk
vast stond was de juridische poot van de bibliothecaris.^"
118
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1980
Publicaties VU-geschiedenis | 410 Pagina's